TexelNU achtergrond

Schoengespen van museale kwaliteit

Schoengespen van museale kwaliteit

Schoengespen van museale kwaliteit


DEN HOORN - Het Zweedse schip De Brigantijn, in 1760 vergaan voor de Noordzeekust van Texel, begint leeg te lopen. Hoewel het wrak nooit is gevonden, bewijzen vondsten die de Texelse jutter Paul Dekker doet dat het schip wel degelijk nabij Texel moet liggen. Munten met daarop de afbeelding van Frederik de Vierde met de jaartallen 1716 - 1718 en -heel bijzonder- vier typen schoengespen liggen sinds kort te pronken in de kasten van de Hoornse chef-kok.

‘Ze zijn uitzonderlijk mooi en verder nergens te vinden. Ik heb internet afgezocht, wel vijftigduizend schoengespen voorbij zien komen in bestanden van onder andere musea, maar nergens vergelijkbare gespen gevonden’, vertelt een enthousiaste Dekker.

‘De gespen zijn van brons of koper en ingelegd met strass-diamanten. Dat zijn in de achttiende eeuw uitgevonden namaak-diamanten. De steen evenaart het flitsende effect van de diamant. Ze zijn gemaakt door iemand met de initialen T.B. Ik wil nagaan waar ze precies vandaan komen. Mochten er mensen met suggesties zijn, dan hoor ik dat graag.’

Unieke lading
‘Het schip De Brigantijn staat niet op de Wrakkenkaart Texel’, vervolgt Paul. ‘Maar dat is een toeristische kaart. Er liggen veel meer wrakken voor de kust. Het kon vroeger echt spoken bij De Hors. Er zijn veel schepen vergaan. Het lijkt erop dat De Brigantijn een unieke lading bevat. Beetje bij beetje komt die tevoorschijn. Ik vermoed dat de achttiende eeuwse fles, die ik een paar maanden geleden op het strand vond, ook uit het schip komt.’

Paul Dekker, chef-kok in Hotel Op Diek in Den Hoorn en derde generatie strandjutter, wordt op Texel beschouwd als een autoriteit op het gebied van jutvondsten. Laatst werd hij gebeld door de slager. Die had een meisje in de winkel dat met een bot naar hem was toegekomen. Wellicht kon de slager vertellen van welk dier het bot afkomstig was. Die herkende het bot niet en belde Paul Dekker. ‘Ik vertelde het meisje dat dit nu een linkerbovenbeen van een mens was’, lacht hij. ‘Ja, daar keek iedereen van op. Het bot is onderzocht bij het Forensisch Instituut. Het bot is afkomstig van een persoon tussen de 38 en 55 jaar, met een lichaamslengte van tussen de 1.53 en 1.73 meter. De persoon is of voor of net na 1950 overleden.’

Speelgoedkanon
De afgelopen maanden heeft Paul weer flink zijn slag geslagen op de zuidelijke punt van Texel. Een honderden jaren oude armband van Italiaanse afkomst, Spaanse zilveren gewichten van Incazilver uit Peru, een zilveren ring zonder merkteken dus van voor 1600, gouden en zilveren lepels, een klompje goud, een kies van een steppepaard, een speelgoedkanon van brons, een beenderen knoop, het is teveel om op te noemen. En dan hebben we het nog geeneens over alle toevalligheden die Paul tijdens het jutten overkomen. Zo vond hij laatst een bedelarmbandje met een klok. Die stond stil op vijf voor half twee. Paul pakte zijn mobieltje en inderdaad… Het was vijf voor half twee.

Interview: Tekstbureau C&M Media