Gans vraagt om maatwerk
Texel is niet alleen populair bij vakantiegangers uit binnen- en buitenland, ook voor ganzen is het eiland een aantrekkelijk leef- of verblijfgebied. De één, slechts toeschouwer, geniet van deze mooie, gezellige en sociale dieren. De ander, eigenaar van landbouwgrond, is niet blij met de ganzen die zich tegoed doen aan zijn toekomstige oogst en inkomen. TexelNU sprak met Vincent Stork van Vogelwerkgroep Texel en nam de situatie door.
Aanleg van meer natuurgebieden en een jaarronde voedselbeschikbaarheid door nieuwe landbouwmethoden hebben voor een behoorlijke toename van het aantal ganzen op Texel gezorgd, legt Stork, sinds zes jaar Texelaar en even zolang secretaris van Vogelwerkgroep Texel uit. ‘Aan de ene kant zijn ze onderdeel van de grote natuur die we hier hebben en zijn het mooie, interessante vogels om te bekijken. In de jaren zeventig hingen we zelfs de vlag voor ze uit; de ganzen zorgden ervoor dat moerasgebieden niet dichtgroeiden. Aan de andere kant lijkt het alsof de gans geen goed meer kan doen. Maar de gans is belangrijk voor het landschap. Door de stikstofdepositie in Nederland -verzuring van bodem of water als gevolg van de uitstoot van vervuilende gassen door fabrieken, landbouwbedrijven, elektriciteitscentrales en auto's- hebben brandnetels en bramen vrij spel, ook op Texel. Als je niets doet tenminste. Maaien en grote grazers gaan dit tegen. Ook ganzen kunnen hier een goede rol in spelen. Schade aan landbouw is echter een nadelig effect van de aanwezigheid van ganzen.’
Sterkere groei
Er is een schaderegeling voor boeren, maar die voldoet niet, vertelt Vincent Stork. ‘Om ervoor in aanmerking te komen moet je voor elk perceel dat je hebt formulieren invullen. De boeren vinden het teveel rompslomp. Logisch, als jij honderd percelen hebt, ben je wel even zoet.’ Een andere methode is het verjagen van de dieren. ‘Maar dan gaan ze naar de buren. Linten op de akkers en knalkanonnen blijken ook niet het ei van Columbus. Net zo min als jacht op ganzen en eieren schudden. Dat laatste heeft er nooit toe bijgedragen de populatie terug te brengen. Als je er vijftig weghaalt, is de kans voor de vijftig die overblijven om te overleven groter. Je krijgt een sterkere groei van de soort. Eerder werden drie ganzenfoerageergebieden in Noord-Holland ingesteld. Voor grote groepen ganzen ligt zo’n gebied te ver van het gebied waar ze normaliter verblijven. Dat werkt niet.’
Maatwerk
Volgens Vincent Stork is maatwerk leveren de enige goede methode om de overlast van ganzen te beperken. ‘Je moet kijken in welke periode op welke percelen de schade het grootst is. Dat zijn vaak vers ingezaaide gronden. Als de tarwe hoog staat, komen er geen ganzen. Het is dus van belang om de kwetsbare percelen te beschermen. Hoe, daarvoor moeten alle betrokken partijen met elkaar om tafel. Je kunt eraan denken om lijnen met katrollen boven de akkers te spannen, die zodanig bewegen, dat de ganzen zich er niet aan wagen om daar neer te strijken en te gaan eten. Het rotganzenreservaat dat we nu een aantal jaren op Texel hebben, werkt ook goed. Staatsbosbeheer had iemand in dienst die de ganzen verjaagde van de andere percelen om ze te leren in het reservaat te leven. Dat lukt nu tamelijk goed. Er zou dus iemand kunnen worden aangesteld om te zorgen dat ganzen wegblijven van kwetsbare akkers. Het best werkt dat als er natuurgebieden in de buurt zijn, waar de ganzen terecht kunnen. Ze moeten zo zijn ingericht, dat ze aantrekkelijk zijn voor ganzen. Als je het kleinschalig en lokaal aanpakt, zou het moeten lukken. Zo houdt je schade in de hand. Daarnaast zou je coulanter moeten omgaan met grote schadeposten. Het is niet de meest gemakkelijke oplossing, maar wel de beste.’
Gedoogovereenkomst
‘Ook zou er een gedoogovereenkomst met boeren kunnen worden afgesloten’, vervolgt Vincent Stork. ‘Op Ameland bijvoorbeeld krijgen boeren een vooraf afgesproken vergoeding, waarbij ze in de piektijd 40.000 tot 50.000 Rotganzen op hun land gedogen. Dat is veel simpeler dan allerlei formulieren invullen en het systeem functioneert daar naar ieders tevredenheid. Een boer is geen ganzenhoeder, maar de ganzen zijn er nu eenmaal. Het is een gegeven, net als het hard waait of veel of weinig regent. Een landschap krijgt de natuur die erbij past. Een aantal jaren geleden zijn op ons eiland massaal ganzen gevangen en vergast. Maar Texel is wel een eiland waar het toerisme een belangrijke rol speelt. Vergassing zorgt voor een enorme imagoschade. Dat moet je niet willen. Daarnaast zouden de boeren betere prijzen voor hun producten moeten hebben zodat de schade procentueel minder groot is. Dat is een punt voor de LTO om daarover na te denken. Ik kan me niet voorstellen dat schade door ganzen het grootste probleem voor de landbouw is. In tegenstelling tot een jaar of veertig geleden, geven wij nog maar een fractie van ons inkomen uit aan voedsel. Het zou ons meer waard moeten zijn.’