TPL_SIDEBAR_MENU_TITLE

  • Home
  • TexelNU
    • Texel uitgelicht
    • Met de boot naar Texel
    • Hardlooproutes
  • De krant online
    • Bladerboeken
  • Webwinkel
  • Contact
  • Search
TexelNU | uitgever van boeken, tijdschriften en producten over Texel TexelNU | uitgever van boeken, tijdschriften en producten over Texel TexelNU | uitgever van boeken, tijdschriften en producten over Texel
  • Home
  • TexelNU
    • Texel uitgelicht
    • Met de boot naar Texel
    • Hardlooproutes
  • De krant online
  • Webwinkel
  • Contact
  • Search

Texelse families

Nico, Tine en Joost van Heerwaarden hebben nooit ruzie

‘Je bent jong en je hebt vierentwintig uur per dag’


De aannemerij in de bouwwereld is een wereld van hard werken, niet bang zijn voor tegenslagen en bereid zijn om te blijven leren van je ervaringen. ‘Je redt het alleen als je het met hart en ziel doet. Ondernemer word je niet, ondernemer ben je.’

De passie spat er vanaf bij Nico en Tine van Heerwaarden en hun zoon en opvolger Joost. En de eensgezindheid. Want al maakte Nico al zijn planningen en berekeningen dan nog op papier en doet Joost niets meer zonder computer, in wezen is er in bijna veertig jaar helemaal niet zoveel veranderd. ‘Familie, hè? We weten precies wat we aan elkaar hebben’, constateert Joost. ‘We hebben nooit ruzie’, vult Nico aan. ‘Wel eens verschil van mening. Maar dat duurt nooit lang.’

Man van de praktijk


Nico is een man van de praktijk. Hij leerde het vak van timmerman bij aannemer Elko Vermeulen in Oosterend en werkte daarna twee jaar bij Henk Kooger in De Waal, voordat hij en Tine in 1978 voor zichzelf begonnen. Als beheerders van vakantiepark Slufterduin. Leuk en gevarieerd werk, maar ook met weinig privéleven, zodat Nico na drie jaar besloot terug te keren naar de bouw.


Ze stichtten hun bedrijf in een oude stolpboerderij aan de Kogerweg, gekocht van de vader en een oom van Tine. Nico: ‘Ik deed van alles: ramen maken, deuren, kozijn, dakkapellen. In het begin vooral voor klanten die bij een ander waren weggelopen. Kritisch volk. Als je dat doorstaat, dan red je het.’ Tine: ‘Het was hard werken, zes dagen per week. Zondagochtend deed Nico de administratie. De zondagmiddag was voor de kinderen. En drie weken per jaar gingen we op vakantie. Met een geleende vouwwagen.’


Om hun gezin met drie jonge kinderen te kunnen onderhouden, werkte Tine halve dagen in het verpleeghuis. En verder verbouwden ze aardappelen, hielden ze een koppeltje schapen om de wol te verkopen en brachten ze zelfs de sla uit eigen tuin aan de man. Joost herinnert het zich goed: ‘Als jochie ging ik met een kruiwagen naar de buren om aardappelen te verkopen.’ Nico lacht: ‘Familieleden die kwamen logeren, werden gelijk ingeschakeld. Niemand vond het erg. Je bent jong en je hebt vierentwintig uur per dag.’

Zuinig en inventief

Ze waren zuinig en inventief. Na een tip konden ze in Amsterdam gratis een grote partij betonblokken, stenen en andere materialen ophalen die na een project van de BAM waren overgebleven. Nico: ‘Grote aannemers vinden het vaak te duur hun spullen zelf op te ruimen. Ik heb een vrachtwagentje gehuurd en van alles meegenomen. Een deel hebben we zelf gebruikt, voor bijvoorbeeld de fundering van de nieuwe schuur die we naast de stolp bouwden. Een ander deel heb ik verkocht.’


Het jonge timmer- en bouwbedrijf draaide op de aannemerspapieren van Henk Kooger, met wie Nico nauw samenwerkte. Maar toen zijn oude werkgever bij een collega in loondienst ging, dreigde een probleem. Nico had inmiddels zoveel werk, dat hij geen tijd had er nog een zware studie bij te doen om de benodigde diploma’s te halen. Tine: ‘Toen heb ik gezegd: weet je wat, dan ga ik naar school.’


Zonder relevante vooropleiding of ervaring bleek het een zware klus, naast het huishouden en administratieve werk dat ze al deed. De opleiding duurde drie jaar. Een paar maanden voordat ze klaar was, kwam er controle. Nico: ‘We waren aangegeven door een collega, we noemen geen namen. Gelukkig waren de controleurs van goede wil en kon Tine aantonen dat ze al heel ver was met de opleiding. Maar het scheelde niet veel of we hadden een dikke boete gehad. Tine: ‘Kun je nagaan, tegenwoordig heb je als aannemer helemaal geen papieren meer nodig en kan iedereen een bouwbedrijf beginnen.’

Wolkers

Een klus om nooit te vergeten was de bouw van het atelier van schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers. Joost: ‘Ik zat bij zijn zoons in de klas. Jan haalde ons uit school, dan gingen we eerst langs de bakker en daarna naar zijn huis. Daar waren mijn vader en moeder aan het werk. Een gekke situatie, maar ik vond het heel normaal.’ Tine lacht: ‘Jan vond het heel bijzonder. Een vrouw op de steiger, het lijkt hier Rusland wel, zei hij.’


In de loop der jaren brachten de Van Heerwaardens een indrukkend aantal grote projecten tot een succesvol einde. Kwaliteit staat daarbij voorop. Klanten die klagen dat een offerte te hoog is, adviseren ze op zoek te gaan naar een andere aannemer of te bezuinigen op het materiaal. Hoogtepunten waren de verbouw en nieuwbouw van groepsaccommodatie Bloem en Bos en van de hotels Kogerend, Tatenhove en De 14 Sterren. De eerste klus van Nico en Joost samen was café-restaurant Sjans in De Koog, dat in de kerstvakantie grotendeels in vlammen was opgegaan en na een huzarenstukje van alle betrokken partijen vlak voor het zomerseizoen alweer open kon.


Joost leerde het vak bij Bouwbedrijf Visser en kwam naar huis terug toen zijn vader door een ongeluk een tijd uit de roulatie was. In 2002 trad hij tot de firma toe en sinds vijf jaar is hij de eindverantwoordelijke. ‘Dat ging allemaal heel vanzelfsprekend’, vindt Joost. Nico: ‘We hebben nooit gezegd: je moet.’ Tine: ‘Dan werkt het ook niet. Je redt het alleen als je het met hart en ziel doet. Ondernemer word je niet, ondernemer ben je.’

Voorbereidend werk

Stapje voor stapje zet Joost de zaken naar zijn hand. Dankzij de computer kunnen projecten steeds systematischer en efficiënter worden aangepakt. Veel voorbereidend werk wordt gedaan in de werkplaats aan het pand aan de Bernhardlaan, waar het bedrijf sinds 1999 is gevestigd in een verbouwde kunstmestloods van de Aankoopcentrale. En door zo min mogelijk uit te besteden, kan hij ook op wat rustiger momenten al zijn medewerkers zonder veel problemen aan het werk houden.


Zelf zwaait Joost de medewerkers veel lof toe. Het zijn er inmiddels veertien. ‘Je kunt zelf wel op een bepaalde manier willen werken, maar als zij het niet zien zitten, dan wordt het niks. We hebben een mooie ploeg, met sinds een paar jaar ook flink wat jonge jongens. De sfeer is prima. Ik zie de toekomst rooskleurig tegemoet.’

Familiebedrijf_fam-Van_Heerwaarden_01_Stefan-Krofft-2020
vanheerwaarden-bord
vanheerwaarden-meten
vanheerwaarden-nieuwpand
vanheerwaarden-opening
vanheerwaarden-rekenen
WhatsApp Image 2020-10-12 at 15.40.46
WhatsApp Image 2020-10-12 at 15.40.50
WhatsApp Image 2020-10-12 at 15.40.56
WhatsApp Image 2020-10-12 at 15.41.16 (1)
WhatsApp Image 2020-10-12 at 15.41.16 (2)
WhatsApp Image 2020-10-12 at 15.41.16 (3)
WhatsApp Image 2020-10-12 at 15.41.17 (1)
WhatsApp Image 2020-10-12 at 15.41.17
WhatsApp Image 2020-10-12 at 15.41.18

Van pionier Arie tot keukenprinses Marjet van der Vis

Met Keukencentrum Texel kwam een droom uit

Ze was al vroeg zelfstandig en ging op haar zeventiende het huis uit. ‘Onder de vleugels van mijn ouders vandaan.’ Toch werkt Marjet van der Vis al ruim dertig jaar in het familiebedrijf dat haar vader en opa in 1966 begonnen en inmiddels Keukencentrum Texel heet.


‘Ik werkte bij Makelaardij Texel Vastgoed, toen mijn vader in 1990 ernstig ziek werd en ik het besluit nam om in het familiebedrijf te stappen. Ik kreeg van mijn ouders de ruimte om de keukenafdeling op mijn eigen wijze in te vullen. We hebben de hele indeling van de showroom veranderd en het allemaal wat creatiever en speelser gemaakt. Met een vleugje van mijn passie voor koken.’

Zo vader zo dochter


Zo vader zo dochter, zou je kunnen zeggen, want het ondernemersbloed stroomde ook Arie van der Vis door de aderen. ‘Mijn vader heeft een opleiding tot machinebankwerker en automonteur gevolgd. Veel praktijkkennis deed hij op bij aannemersbedrijf Drijver, met Cees Drijver als leermeester. Samen met mijn opa begon hij aan de Wilhelminalaan met de verkoop van hout, hard- en zachtboard. Met de slogan Het oord voor hout en board, nooit van Van der Vis gehoord? timmerde hij aan de weg. Door een grondruil met de gemeente, die grond wilde ontwikkelen voor woningbouw, kregen ze al snel de kans om een nieuw bedrijf te starten aan de Maricoweg.’


Arie van der Vis en zijn vader waren pioniers en in 1966 de eerste ondernemers die zich vestigden op het nog te ontwikkelen industrieterrein aan de Maricoweg. ‘Een gedurfde onderneming, zo aan de buitenkant van Den Burg. Het dorp hield ongeveer op bij de Wilhelminalaan. Er was nog niks, het bedrijf stond midden in de weilanden, tussen de schapen. Ze bouwden zelf een ruime loods die plaats bood aan opslag van hout en plaatmaterialen, een afdeling met keukenblokken en kasten en een woonruimte voor mijn vader en moeder, die net getrouwd waren. Een jaar later kwam ik, als eerste van vier kinderen. Omdat de woonruimte naast het spijkerhok was, zeg ik altijd dat ik tussen de spiekers ben geboren.’

Lange dagen


Al vanaf het eerste jaar werden onder de naam Het Keukencentrum standaard keukenblokken en keukenbuffetten verkocht. In de jaren zeventig kwamen de eerste aanbouwkeukens met losse elementen en inbouwapparatuur op de markt. Om de nieuwste trends te laten zien, werd in 1972 een keukenshowroom aangebouwd van tachtig vierkante meter met meer dan vijftien opstellingen. ‘Mijn vader maakte lange dagen. Overdag in de houthandel en administratie, ’s avonds ging hij naar de keukenklanten voor inmeten, ontwerp en advies. Mijn moeder ontving overdag klanten in de showroom en liet alle mogelijkheden en kleuren zien.’


Eind jaren zeventig werd het bedrijf uitgebreid met een hobbycentrum, waar schroeven, spijkers en gereedschap werden verkocht. ‘Onder leiding van mijn zus Janneke, die een technische opleiding als elektricien heeft gevolgd, werd dit een bloeiende doe-het-zelfafdeling. Eerst onder de naam Plus-Klus, later als Fixet. De houtafdeling werd met de tak Hout- en Bouwcentrum uitgebreid met de verkoop van bouwmaterialen. Mijn broer Arie, opgeleid als technisch medewerker houthandel, kreeg daarover de dagelijkse leiding.’

Leergierig

Marjet was bijna drieëntwintig toen ze in het bedrijf kwam. ‘Ik had geen ervaring, maar was wel heel leergierig. In die tijd was een vrouw in het keukenvak echt een uitzondering. Je moest extra bewijzen dat je kennis van technische zaken had. Als ik iets niet wist, vroeg ik het aan de vertegenwoordigers die bij ons kwamen. Ik heb ook veel geleerd van Kees de Wijn, onze keukenmonteur. Al snel ben ik de opleiding tot erkend keukenadviseur gaan doen. Ik heb toen opgestoken over techniek, elektra en ergonomie. Dat komt goed van pas in mijn contact met klanten. Met een uitgebreid gesprek verdiep ik me in hun situatie, zodat ik advies op maat kan geven.’


Marjets partner Pieter Koper is haar steun en toeverlaat, privé én zakelijk. ‘Hij zorgt al ruim vijfentwintig jaar voor het vakkundig plaatsen van keukens. Persoonlijke aandacht en goede service zijn belangrijke factoren in ons succes. Uniek is dat we het hele proces ontzorgen. Van de demontage van de oude keuken en het aanpassen van leidingwerk, stucwerk en tegelwerk, tot de laatste kitnaad. We vervangen ook apparatuur in bestaande keukens. Momenteel is er veel vraag naar inductiekookplaten. Samen met een elektricien kijken we ter plaatse of de meterkast moet worden aangepast met een twee- of driefase perilex-aansluiting.’


Marjets passie voor koken kreeg al vroeg vorm met het geven van kookdemonstraties en de verkoop van kookartikelen. ‘Maar de mogelijkheden op tachtig vierkante meter waren beperkt. Daarom hebben we gekozen voor duurzame nieuwbouw aan de Bernhardlaan. Daar konden we op 550 vierkante meter al onze wensen laten uitkomen. Het is een combinatie geworden van keukens, kookwinkel en kookstudio. Een complete beleving op kookgebied. Met ons unieke concept wonnen we binnen een jaar de Texelse Ondernemersprijs en de Ondernemingsverkiezing van Noord-Holland. Daar zijn we heel trots op!'

Kennis en passie

In de uitgebreide kookwinkel kun je terecht voor alles op kookgebied: van pannen, messen, keukenmachines en barbecues tot een groot assortiment thee en delicatessen als pasta, dippers, olie en azijn. ‘In onze kookstudio geven we regelmatig gratis demonstraties met stoomovens, keukenmachines en andere apparatuur uit onze kookwinkel. Ik vind het heerlijk om mijn kennis en passie voor koken met onze klanten te delen en uit eigen ervaring te vertellen wat de mogelijkheden zijn.’


Het bedrijf is de afgelopen jaren behoorlijk gegroeid. Marjet heeft veel waardering voor haar team van medewerkers. ‘Allemaal kookliefhebbers!’ Inmiddels werkt zus Janneke in het bedrijf als haar rechterhand. ‘Zij is heel handig met computers, maakt offertes en werkt alle ontwerpen voor keukens uit in 3D-tekeningen.’


Terugkijkend op de afgelopen drieënvijftig jaar spreekt Marjet haar bewondering uit voor het doorzettingsvermogen en de ondernemingsgeest van haar ouders, die met hard werken de basis hebben gelegd. ‘Ze hebben ons de kans gegeven om het bedrijf uit te bouwen tot wat het nu is. Daar zijn we heel dankbaar voor. We hebben er al onze tijd, aandacht en energie in gestoken. Zoals je op onze gevelsteen kunt lezen, is onze droom uitgekomen…’

Arie van der Vis op de heftruck bij het houtstek 1972
Foto 50-jarig jubileum_1966-2016_bew
Hoofdfoto Van der Vis, familiebedrijf in hart en nieren 2002
Oude advertentie Het Keukencentrum 1966
Ria van der Vis in de nieuwe keukenshowroom 1972
Tussen de spiekers geboren foto aangepast

Horecafamilie Stolk zit nooit stil

‘Een uitsmijter? Wat is dat?’

Nog maar twintig jaar jong waren Jan en Jenny Stolk toen zij begonnen in het Torenpaviljoen bij de vuurtoren. ‘Een uitsmijter? Wat is dat?’, vroeg Jan zich af. Horecaervaring hadden ze nog niet in 1963. Dus ging hij naar De Lindeboom en bestelde daar een uitsmijter. ‘Zo, weer wat geleerd’, was zijn nuchtere reactie.

 

Na twee seizoenen Torenpaviljoen deden Jan en Jenny twee jaar ervaring op in het restaurant op het vliegveld. ‘Als er drie vliegtuigen op een dag landden, was dat veel. Het was zó’n andere tijd. We hebben twee seizoenen bij Het Witte Huis van Bil en Joke Visser gewerkt, twee echte horecatijgers. In 1968 waren we klaar voor onze eigen zaak.’ Jan en Jenny werden de uitbaters van het Havenrestaurant bij de boot.

Dokter Siebenga

Jenny, hoogzwanger, lag uit te rusten van de officiële opening van het nieuwe restaurant. Het was een drukke receptie geweest, die 22ste juni 1968. ‘En ineens riep ze: Bel dokter Siebinga, de baby komt eraan! Nou, dat klopte, want op 23 juni was ik er', vertelt dochter Jolanda. Lachend: ‘Ik ben de enige Texelaar die is geboren en getogen in het TESO-gebouw.’

 

Het Havenrestaurant was direct een groot succes. ‘We hadden giga wachttijden en zaten iedere dag vol’, vertelt Jan. ‘Als enige op Texel was ons restaurant ook ’s winters geopend. Daarnaast ben ik medeoprichter van de Vereniging van Texelse Producten Promotie (keurmerk Echt Texels Product; red). In Parijs kon je Texels lamsvlees krijgen, maar hier niet. Dat vond ik raar. In tegenstelling tot veel anderen hadden wij dus wél veel Texelse producten op het menu. Tot de laatste boot was vertrokken bleef het restaurant geopend. Er waren toentertijd maar twee kleine boten die heen en weer pendelden. Dat zorgde voor lange wachttijden. Men voer door tot alles weg was, soms wel tot twaalf uur ’s nachts. Al deze factoren bij elkaar zorgden voor ons succes, denk ik.’

Mooie tijd

Jan en Jenny hadden het ’s winters druk met het organiseren van feesten, zowel voor Texelaars als overkanters. Het vele cateringwerk groeide zelfs uit tot een reis- en evenementenbureau. ‘Voor bedrijven van de overkant organiseerden wij de gekste dingen. Soms zelfs voor groepen van wel zeshonderd man. Rond de jaren 80 was daar veel belangstelling voor.’ Jan schiet in de lach. ‘Een pensioenfonds uit Amsterdam wilde een onvergetelijk bedrijfsuitje. Ze vlogen met 44 vliegtuigen van Lelystad naar Texel. Lunchen op de barbequeplaats met slippies en paling. Juttertje erbij. Dat kenden ze niet in de stad. Wat een mooie tijd was dat.’

 

Het bedrijf werd uitgebreid. Rond 1980 kochten de Stolken Eetcafé De Parkstraat, inmiddels al jaren een begrip op Texel. Vlak daarna begonnen ze onder het oude gemeentehuis De Raadskelder, een gezellig grand-café. ‘In die tijd hadden we veel personeel. Met z’n allen waren we een grote familie. Jolanda hielp als jong meisje mee in de ijssalon op de haven. Het horecawerk is haar met de paplepel ingegoten’, vertelt Jan. Jolanda beaamt dat: ‘Net als mijn ouders kan ik niet stilzitten. Heel lang werkte ik overdag in De Parkstraat tot vijf uur en dan ging ik naar het Havenrestaurant om te helpen. Als iedereen z’n eten had ging ik terug naar de Parkstraat om af te sluiten. Volgens mij zit dat in de genen. Ik ben nooit gepusht door mijn ouders, ik ben er van jongs af aan ingerold.’

Noodlot

Maar het zat economisch niet altijd mee. Het gemeentehuis werd gesloopt, waarmee ook De Raadskelder ophield te bestaan. In dezelfde periode sloeg de crisis toe en kwam het evenementenbureau op een laag pitje. ‘Dat was wel jammer, we hebben daarmee zulke mooie dingen bereikt’, vertelt Jan, nog steeds met trots. ‘We hebben zelfs voor de Golden Earring, Herman Brood en Koningin Beatrix gewerkt.’ De familie liet zich echter niet uit het veld slaan en richtte alle aandacht op De Parkstraat en het Havenrestaurant. Tot in 2016 het noodlot toesloeg. De zaal aan de Parkstraat brandde uit. ‘Dan weet je even niet wat je meemaakt’, zegt Jolanda.

 

Er volgde een moeilijke tijd. ‘De ochtend na de brand was ik compleet van slag. Net zoals veel trouwe gasten die hier al jaren komen. Er komt hier van alles, niet alleen om te eten of te drinken, maar ook voor de huiselijke sfeer. Regelmatig wil iemand z’n verhaal kwijt.’ Jan vult aan: ‘En voor de kwaliteit. Nooit, echt nooit, doen we concessies aan kwaliteit. Gewoon op tijd je vet verversen is al een belangrijke stap.’

Genieten

Na de brand heeft De Parkstraat een tijdje kunnen overbruggen met een verkoopkar op de Groeneplaats. Na twee jaar hard werken ging de échte Parkstraat weer open. Jolanda: ‘Eindelijk weer mijn gezellige bar, waar lief en leed wordt gedeeld.’ Er is haast geen Texelaar die er nooit komt. De een haalt er laat op de avond een kratje bier, de ander komt elke zondag voor een raspatatje mayo. Het Havenrestaurant werd in 2019, na vijftig jaar, verkocht aan TESO. ‘Mijn ouders hebben altijd zo hard gewerkt, nu moeten ze lekker gaan genieten.’ Jan: ‘Maar achter de schermen staan Jenny en ik nog altijd klaar om bij te springen.’

1602077305901-6b6792af-8414-48b5-9a7f-0982e9024af3
1602077465368-66c65165-d910-4819-abca-ea07c1b25d82
1602077491181-54b859f7-1d3f-4d2e-b640-0e234f0b226d
1602077608811-4560c1bf-33f7-49a5-8520-d3cda3b6ac64
1602077672942-0618370f-0d32-4f3e-855e-f24baf612406
1602077720533-0f797310-a8bc-4cf7-a9dd-24e61d71a384
1602077978620-f28a1a4c-d163-405f-bea7-71ebb9930535
1602078019841-9fba1908-c57e-4577-b4da-2fd4340075a1
1602078057184-492c5225-f1bf-4681-8e28-b8dc083f9862
1602078150793-a3517465-0c98-4eea-8c16-192e7c560fc9
1602078520607-b2b1bed3-fdb7-483b-b2b1-2516a16676a6
1602078917591-46dfc345-090d-4cc3-8cb6-6a3a93da1b4d
1602079004129-b6cb1fd5-e00b-4955-a4da-95b0d136f5b8
Familiebedrijf_fam-Stolk_01_Stefan-Krofft-2020

Timmer’s Bakkerij doet geen concessies

´De recepten zijn nog van opa’

‘Koekenbakker? Dat is bij ons een compliment.’ Er wordt gegniffeld door de familieleden Timmer en Kossen van Timmer’s Bakkerij. Texelaars zijn echte koek-eters. Dat was al zo toen Oosterend net zoveel bakkerijen als geloofsstromingen had.

 

Er was een tijd dat Den Burg in de vroege ochtend rook naar versgebakken brood. Het verhaal van Timmer’s Bakkerij begint echter in Oosterend, met de opa van Kees. ‘Daarvoor? Zo ver gaat mijn herinnering niet. Ik weet wel dat mijn vader met zijn broer daar de bakkerij had overgenomen van opa. De oven werd nog met takkenbossen gestookt. Er waren zeven bakkerswinkels in Oosterend, voor iedere geloofsstroming een’, vertelt Kees Timmer. De zaak in Oosterend was te klein om twee inkomens uit te halen. In 1947 verhuisde hij als vierjarig jongetje naar de Hogerstraat in Den Burg, waar nu Mantje zit. ‘Er waren toen tweeëntwintig bakkers in Den Burg, die dagelijks vers brood bakten.’ Kees weet nog dat het een hele oude bakkerij was, waar water en olie voor de oven naar boven werd gepompt. In 1954 staken ze de straat over, naar het pand waar ze nu nog zitten. Daar werd meteen flink gemoderniseerd. Nu is er nog een winkel met tearoom. Het bakkerswerk gebeurt inmiddels in Oudeschild.

Primitief

De vader van Kees was een gedreven ondernemer, die insprong op het opkomende toerisme. Zijn vrouw werkte net zo hard mee in de verkoop. Naast het brood kwamen er twee tafeltjes in de winkel, waar klanten ter plekke een gebakje konden eten. Al snel werd een pandje in De Koog gehuurd. ‘Primitieve omstandigheden hoor. De toegang was zo smal, dat klanten op een drukke dag achter, via het magazijn, de winkel uit moesten. Als het tijd was om de vloer te dweilen, werd de ketel opgezet, want er was geen warm water’, lacht Cor Kossen. Hij trouwde in de familie Timmer, maar wilde aanvankelijk naar de opleiding voor luchtverkeersleider in Eelde. Het liep anders. ‘In 1968, nog in mijn verkeringstijd met Margriet, kwam ik uit militaire dienst. Broodbezorger Koos had een hernia, net voor de Paas, dus dat kwam bijzonder lastig uit. Of ik even kon bijspringen. Tja, nooit meer weggegaan dus.’

 

Het was de tijd van de hippies, die ’s nachts de bloemetjes buiten zetten in De Koog. Kees: ‘Die vonden we ’s ochtends slapend onder de luifel van de winkel. Cor maakte ze wakker en gaf ze een bezem. Als ze hun plekkie schoonmaakten, kregen ze een krentenbol.’

In de genen

Het terugtreden van de ouders kwam in een stroomversnelling op doktersadvies. Kees: ‘Als het druk werd kreeg mijn moeder de zenuwen. Ze woonden boven de winkel in de Hogerstraat. Als ze de kassa niet hoorde ratelen, hád ze het niet meer. Vader kon het gelukkig goed loslaten.’ Kees vertelt dat hij vanaf het begin liever wilde samenwerken dan alleen baas zijn. Naast zijn vrouw Ria kwamen Cor en Margriet erbij. ‘Zo kon je nog eens wat werkzaamheden verdelen. Iedereen had zijn ding, we zaten niet op elkaars lip.’ Kees richtte zich op het bakken, Cor was verantwoordelijk voor de handel in De Koog en hun vrouwen bestierden de winkels in de Hogerstraat en de Weverstraat.

 

Oude tijden herleven. Het viertal heeft een stapje terug gedaan, maar dochter Bea Timmer beheert tegenwoordig de bakkerij en zoon Niels Kossen doet de winkels en de tearooms. De samenwerking verloopt net zo organisch als tussen hun ouders. Het zit in de genen, al probeerden ze allebei eerst andere carrièrerichtingen.

Alleen zuivere amandelspijs

De opkomst van de broodverkoop in de supermarkt was in de jaren zeventig voelbaar. ‘De kwaliteit was niet best. Je kon het een week goed houden. Dat betekent dat er veel vet in zit’, vertelt Cor. Bea geeft aan dat dat kwaliteitsverschil voor sommige zaken nog steeds opgaat. ‘Er is spelt overhéén gewaaid en het wordt als speltbrood verkocht. Dat is bij ons echt anders.’ Timmer’s Bakkerij houdt vast aan kwaliteit. Kees: ‘Goedkopere grondstoffen, bijvoorbeeld spijs met peulvruchten, komen er beslist niet in. Uitsluitend zuivere amandelspijs. We wilden bijvoorbeeld ook nooit recepten aanpassen aan de machines. Als het daarmee niet ging, kneedden we met de hand. Meer werk en dus duurder, maar een beter product.’ Sommige recepten zijn nog van opa Timmer.

Vijf soorten

‘Slechts vijf soorten brood in die tijd…?’ Bea zet grote ogen op. Haar dagelijkse werk is een ander verhaal. De breedte van het assortiment is meteen ook het probleem. ‘Je wilt van alles wat, maar het is altijd een balans tussen niet te veel overhouden en geen nee willen verkopen. Wie om drie uur de winkel in komt, wil nog volop keuze hebben. Dat kan natuurlijk niet.’ Volgens Niels is het totale volume aan brood en broodjes dat wordt verkocht niet erg veranderd de laatste jaren. ‘Alleen zijn het steeds meer verschillende soorten. De hedendaagse consument zoekt zijn identiteit zélfs bij de bakker, in de soort brood.’

Uienkruiers

In samenwerkingsverbanden met andere ‘echte’ bakkers worden recepten uitgewisseld. Dat gebeurde ook al in de tijd van Kees. Niet alles was een succes en dat bleek soms streekgebonden. ‘Worstenbroodjes wil niemand hier. De uienkruier uit 1976 is echter al jaren een succesnummer. En hongerpunten’, zegt Ria Timmer. Tot verbazing van overkantse collega’s hebben ze, naast vele soorten brood en gebak, het hele jaar speculaas. ‘Texelaars zijn koek-eters’, klinkt het in koor.

 

De tearooms, tegenwoordig ook in Oudeschild, zijn een welkome aanvulling. Er zijn veel vaste klanten, zowel van het eiland als van ver daarbuiten. Bea: ‘We hebben ook personeel dat al jaren bij ons is en soms krijg je mensen die echt speciaal langkomen om een van hen gedag te zeggen.’ Haar moeder valt haar bij. ‘Ik heb kinderen van toeristen zien opgroeien. Elk jaar komen ze naar ons voor hun brood. Ja, dat is leuk.’

ansichtk-1920_TDB03-R
Bakkerij hogerstraat
De ruyterstraat
Familiebedrijf_fam-Timmer_01_Stefan-Krofft-2020
Hogerstraat 2 met  steenenplaats 1 1952
Hogerstraat 4 - Opening Tearoom 1969
Ome Jan (hoekie)
Voor de zaak hogerstraat 5
Winkel Hogerstraat

‘Luchtpiraten’ in de voetsporen van hun vader

‘Parachutespringen is het mooiste dat er is’

Diep van binnen voelen ze zich nog steeds ‘luchtpiraten’. Maar in de praktijk hebben Jan Boyen en Jasper Rienks bij Paracentrum Texel vanachter een bureau een dagtaak aan de steeds strengere regels. Geluk bij een ongeluk: door de coronacrisis mogen ze weer regelmatig zelf een vliegtuig besturen.


Eigenlijk is er niets mooiers dan parachutespringen en vliegen, vinden ze. Maar de wereld is veranderd. ‘Onze vader begon vijftig jaar geleden met rondvluchten en het opleiden van parachutisten. Feitelijk doen we nog steeds hetzelfde, maar nu met een administratie waar je naar van wordt’, vertelt Jan Boyen.
‘Eigenlijk ben ik een luchtpiraat. Als ik documentaires zie over bushpilots –vliegeniers die voedsel en hulpgoederen naar onherbergzame gebieden over de hele wereld brengen – dan kan ik daar wel eens jaloers op zijn’, haakt Jasper in.

Avontuur

Zo avontuurlijk als vroeger wordt het nooit meer. Paracentrum Texel werd opgericht door hun vader, Bob Rienks. Een boerenzoon uit Friesland, die in Frankrijk leerde parachutespringen. Om na zijn studie op het prestigieuze Nijenrode geld te verdienen, gaf hij demonstraties op braderieën en kermissen. Kennis met Texel maakte Rienks senior in 1968, toen hij zijn kunsten vertoonde op het dorpsfeest Oosterend Present. ‘Hij vond het eiland en de bewoners zo leuk, dat hij wel wilde blijven’, vertelt Jan Boyen. ‘Hij vatte het idee op om toeristen te leren parachutespringen. Dat was het begin van Paracentrum Texel. Korte tijd later nam hij Tessel Air over en ging hij ook rondvluchten verzorgen.’ Het bedrijfje beleefde een vliegende start. ‘In de hoogtijdagen hadden we vijfentwintighonderd cursisten per jaar. Ze kregen allemaal een opleiding van een week. Dat was financieel een succes.’ De cursus bestaat nog steeds, maar in een andere vorm. ‘Vroeger trokken toeristen een week uit om te leren parachutespringen. Tegenwoordig willen ze in die week ook nog zeekanovaren en mountainbiken. We hebben daarom ook een ingekorte en goedkopere versie: een opleiding voor één sprong. Vind je het leuk, dan kun je sprongen bijboeken.’

Tandemsprongen

Bijzonder populair zijn de tandemsprongen, waarbij iemand gekoppeld aan een ervaren instructeur vanaf drieduizend meter naar beneden springt. Op Texel worden jaarlijks zo’n vijfenzestighonderd sprongen gemaakt. Op de vliegvelden Midden Zeeland en Ameland, waar het paracentrum dependances heeft, zijn dat er nog eens tweeduizend en duizend. Daarnaast maken jaarlijks negenduizend liefhebbers een rondvlucht boven het eiland. Om dat alles mogelijk te maken, hebben de broers acht vliegtuigen. Fulltimers en parttimers bij elkaar opgeteld werken er in het springseizoen, van april tot oktober, ongeveer vijfenvijftig mensen.

Een prachtig bedrijf, maar als kind dacht Jan Boyen daar anders over. ‘Onze ouders waren gescheiden, ik moest altijd met mijn vader mee. Ik verveelde me hier stierlijk. Op mijn zestiende kreeg ik als cadeau een cursus parachutespringen. Die heb ik niet eens verzilverd. Op mijn achttiende deed ik dat alsnog. Om mijn vader te pleasen. Maar jezusmina, dat was fucking fantastisch. Het is niet uit te leggen, parachutespringen is het mooiste dat er is.’ Kort erop, inmiddels ruim vijfentwintig jaar geleden, besloot Jan Boyen bij zijn vader te gaan werken. Tussen de bedrijven door behaalde hij in Amerika zijn vliegbrevet voor de commerciële luchtvaart, zodat hij kleine toestellen mag besturen. Hij slaagde, waarna hij een vliegtuigje huurde en een jaar lang van hot naar her vloog. ‘’s Ochtends keek ik waar het mooi weer was en de brandstof het goedkoopst. En dan vloog ik daarheen. Om de kosten te drukken had ik een tentje en een slaapzak bij me. Ik heb alle hoeken van Amerika gezien. Het was het grootste avontuur van mijn leven.’ Ook de acht jaar jongere Jasper had aanvankelijk andere plannen. ‘Ik heb de basisopleiding voor verkeersvlieger gedaan, maar kon geen baan vinden. Door de bankencrisis waren duizenden piloten werkloos geworden. In dezelfde tijd ging het thuis niet zo lekker. Werknemers van mijn vader richtten een concurrerend bedrijfje op. Een vervelende tijd. Ik ben teruggegaan om het familiebedrijf te helpen en klanten te werven.’

Samen in het bedrijf

Sinds hun vader in februari 2018 overleed, runnen de broers het bedrijf samen. Ze vullen elkaar aan. Jan Boyen houdt zich vooral bezig met marketing en personeel, Jasper richt zich op de vliegtuigen en piloten, het onderhoud en de kwaliteitsbewaking. ‘De wetgeving wordt steeds ingewikkelder. Als kleine organisatie moeten we aan dezelfde regels voldoen als KLM. De inspectie komt een paar keer per jaar langs om alles te controleren. Ooit hebben we een handboek opgesteld, waarin van A tot Z staat beschreven hoe we te werk gaan. Ik zie erop toe dat die regels en procedures worden nageleefd.’ Ook op persoonlijk vlak kunnen de broers het goed met elkaar vinden. Jan Boyen: ‘Ik ben heel enthousiast. Als we alles onder controle hebben, begin ik het liefst iets nieuws. Jasper is gereserveerder en remt mij af.’ Jasper: ‘Soms krijg je kansen door snel te schakelen. Daar is Jan Boyen goed in. Maar af en toe moet je iets langer nadenken. Dat doe ik dan.’ De veranderende regels maken de toekomst van de luchtvaart op Texel onzeker. Ook de activiteiten van de Luchtmacht, die oefent op de nabijgelegen Vliehors, geven de broers reden tot zorg. Dit jaar zag het er zelfs al even naar uit dat het ‘gewone’ vliegverkeer vanaf het Texelse vliegveld moest worden stilgelegd, een catastrofe die maar ternauwernood kon worden afgewend. Bovendien waren ze door de coronacrisis geruime tijd gesloten en moesten ze na de herstart bezuinigen op personeel. Jasper: ‘We waren eigenlijk voortdurend bezig gaten op te vullen en hebben veel zelf gevlogen. Zwaar, maar ook weer erg leuk!’

Eilandhotel

Dit jaar begonnen ze een paar kilometer verderop in de polder een nieuwe tak: Eilandhotel Texel, Het wordt gerund door Jan Boyens vrouw Marike, terwijl ook Jaspers vrouw Nicole Wigman betrokken is. Jan Boyen: ‘Mijn vader heeft ons nooit gepusht. Maar met dit bedrijf heeft hij een toekomst voor ons opgebouwd. Dat wilde ik ook voor mijn twee dochters, maar met het Paracentrum is dat lastig. Als het tegenzit, is het over tien jaar zomaar afgelopen met het vliegen. In een ver veleden heeft mijn vader het hotel een tijdje gepacht en we hebben altijd prettig samengewerkt met Dirk Leegwater, de vorige eigenaar. Toen hij het wilde verkopen, vond ik dat een kans die we moesten grijpen. We zijn van plan er iets moois van te maken. Een echt familiehotel, voor jong en oud.’

Familiebedrijf_fam-Rienks_01_Stefan-Krofft-2020
image001
image002
image003
image004
image005
image006
image007
image008
image009
image010
image011
image012
image013
image014

More Articles ...

  1. RAB na bijna honderd jaar nog steeds toonaangevend familiebedrijf
  2. Landbouw zit de Lappen in het bloed
  3. De gebroeders Eelman vervoeren van alles
  4. Smaakvolle oase in Zelfpluktuin familie Boersen
Page 1 of 7
  • Start
  • Prev
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • Next
  • End

Zilte-Zaken

TexelNU informatie

  • Algemene voorwaarden
  • Privacy
  • Retourneren
  • TexelNU sitemap
  • Algemene voorwaarden webshop
  • Bezorgen
  • Advertentietarieven TexelNU krant
  • Advertentietarieven KustNU krant
  • Advertentietarieven De Koog Info
 

copyright: Zilte Zaken / Privacyverklaring / Algemene voorwaarden

  • Volg ons op Facebook
  • We zitten op Instagram
  • Bekijk onze YouTube vlogs