TPL_SIDEBAR_MENU_TITLE

  • Home
  • TexelNU
    • Texel uitgelicht
    • Met de boot naar Texel
    • Hardlooproutes
  • De krant online
    • Bladerboeken
  • Webwinkel
  • Contact
  • Search
TexelNU | uitgever van boeken, tijdschriften en producten over Texel TexelNU | uitgever van boeken, tijdschriften en producten over Texel TexelNU | uitgever van boeken, tijdschriften en producten over Texel
  • Home
  • TexelNU
    • Texel uitgelicht
    • Met de boot naar Texel
    • Hardlooproutes
  • De krant online
  • Webwinkel
  • Contact
  • Search

Texelse families

Familie Hoogenbosch boert goed in de horeca

‘We gebruiken nog steeds de tafels van opa Ben’

 

Het begon allemaal met de kiosk van opa Ben Hoogenbosch. Omdat het boerenbedrijf niet genoeg opleverde, ging hij op het terrein van zijn Catharina Hoeve ijs en snacks verkopen. Door het opkomende toerisme, in combinatie met zijn ondernemersinzicht, groeide dit uit tot een populair familierestaurant. Kleinzoon Joost is uit hetzelfde hout gesneden. 

 

Aan de muur hangen landbouwwerktuigen, paardentuigen en wagenwielen, die nog echt zijn gebruikt op het omringende land. Een paar zwart-wit foto’s herinneren aan die tijd. De Catharina Hoeve aan de Rozendijk is nog steeds authentiek. Wie omhoog kijkt in de stolp, ziet de dakspanten en het houten vierkant, dat al eeuwen stand houdt. Joost Hoogenbosch kijkt tevreden om zich heen. Het restaurant is weliswaar rustiek, maar van alle gemakken voorzien. ‘We hebben veel vaste gasten en die willen ook graag dat het bij oude blijft. Ze komen terug voor de open haard, dat is echt een begrip. We hebben zelfs nog steeds enkele tafels in gebruik die ooit door opa Ben zijn gemaakt.’

Patatkraam

De overgrootvader van Joost was de eerste Hoogenbosch die boerde op de Catharina Hoeve. Een klein, gemengd bedrijf met een paar koeien, varkens, kippen en wat landbouw. Zijn zoon Ben nam dat over, maar had een scherp oog voor het toenemende aantal bezoekers dat op het jonge bos ‘De Dennen’ afkwam. ‘Het begon in 1965 met een patatkraam aan de weg. Er kwam een pension bij, een keukentje, zo groeide dat. Opa stond zelf achter de pannen, oma deed de voorkant. En naar goed Texels gebruik hielpen de kinderen mee.’

Hoewel hij aanvankelijk bleef boeren naast het restaurant, kreeg Ben het er zo druk mee dat de koeien de deur uit gingen. Zoon Maarten, de vader van Joost, nam het stokje over en introduceerde de pannenkoeken. ‘Voor die tijd was de kaart slechts beperkt. Twee kroketjes op brood, een soepje, een omelet, dat soort werk. Toen we vijftig jaar bestonden hebben we als ludieke actie de kaart van die tijd gehanteerd. Ook met de prijzen van toen. Een halve kip voor een kwartje. Stonden er zevenhonderd man op de stoep’, lacht Joost.

Zijn vader zag de potentie van het restaurant voor families. Door gebruik te maken van een bakplaat, konden in een hoog tempo pannenkoeken worden gebakken voor grote gezelschappen. ‘Dat is een vrij unieke bakwijze, als je het vergelijkt met andere pannenkoekenrestaurants in Nederland. We doen het nog steeds zo.’ Om de kindvriendelijkheid te benadrukken, breidde Maarten ook de speeltuin op het erf uit. De aanpassingen pakten goed uit, de populariteit van de Catharina Hoeve steeg enorm.

Zeevaartschool

Zoals dat vaker gaat met kinderen van ondernemers, rolde Joost al op jonge leeftijd in het bedrijf. Hij werkte er vanaf zijn twaalfde in de afwas. Hij lacht: ‘Zet dat werken maar tussen aanhalingstekens.’ Omdat hij er niet helemaal zeker van was of hij een toekomst in de horeca wilde, ging hij naar de zeevaartschool in Harlingen. ‘Maar dat bleek toch niet mijn ding. Ik stopte er na een paar jaar mee en om de tijd te overbruggen ben ik bij de Catharina Hoeve aan de slag gegaan. Om vervolgens nooit meer weg te gaan. Het zit me kennelijk toch in het bloed.’

Over dat bloed gesproken, nadat zijn vader ermee stopte, stortte die zich op de vleeskoeien. Het boer zijn zat dus ook nog ergens. ‘Hij is nu met pensioen, maar doet regelmatig klusjes voor me, als dat nodig is. Of er in mij belangstelling zit voor het boerenbedrijf? Ik vond voor onze kippen zorgen al een hele opgave en dat zijn over het algemeen beesten waar je vrij weinig omkijken naar hebt, dus ik denk het niet.’

Veelzijdigheid

Joost ziet zichzelf meer als ondernemer dan strikt als horecaman. Hoewel hij ook de strandpaviljoens bij paal 15 aan zijn bedrijf heeft toegevoegd, vindt hij het niet denkbeeldig dat hij in de toekomst ooit iets ‘niet-horeca-achtigs’ gaat doen. ‘Maar wat, dat weet ik nog niet. De veelzijdigheid van mijn bestaan is wat ik prettig vind. Ik loop mee in de bediening als dat nodig is, stap voor nood in de keuken achter het fornuis als het moet, dan zit ik weer op kantoor of sta ik op een ladder mee te helpen bij een verbouwing. Geen dag is hetzelfde.’ Hij woont naast de Catharina Hoeve, maar het is de bedoeling dat dat verandert. ‘We hebben een boerderij iets verderop gekocht. Ik houd wel van dit buurtje, maar in de toekomst iets meer afstand is wel goed. Als ik nu in de tuin zit, hoor ik alles. Als er een dienblad met glazen omvalt, zit ik toch te balen.’

Uitdaging

Zonder iets aan de sfeer te veranderen, gebeurt er iedere winter wel iets bij de Catharina Hoeve. ‘Voorheen gingen we in de winter dicht en hadden we dan alle tijd voor eventuele verbouwingen. Nu blijven we het hele jaar open, maar we gebruiken de rustige perioden nog steeds om te zorgen dat alles up-to-date blijft.’ Joost groeide op in het bedrijf en is van mening dat de Catharina Hoeve de Catharina Hoeve moet blijven. ‘We passen de kaart wel een beetje aan en er is een serre gebouwd die iets meer eigentijds is. Maar mensen komen voor een bepaald gevoel.’ Omdat hij ook wel eens ‘wat anders’ wilde, greep hij de kans aan toen de strandpaviljoens op zijn pad kwamen. ‘Alles wat ik hier had geleerd, kon ik daar volledig loslaten. Het is compleet anders. Onvergelijkbaar. De pieken en dalen in drukte, de gasten, alles is anders. Een uitdaging, ja.’

Wat de toekomst betreft is het niet ondenkbeeldig dat er weer een generatie instapt. Joost heeft een zoon en een dochter. ‘We stimuleren ze om hun vleugels uit te slaan en te kiezen wat ze zelf willen. Mijn dochter wil kok worden en mijn zoon manager, dus dat ziet er goed uit. Want ik zou het stiekem toch wel heel leuk vinden als de Catharina Hoeve een familiebedrijf blijft.’

 

 

623063370.487929
623063394.033259
623063427.659866
623063480.621688
623063531.343485
623063576.339061
623063631.698848
623063675.466873
623063732.156691
623063784.058661
623063800.229498
Catharinahoeve_2

Familie Hin helemaal tevreden in het bos

‘Zo’n kans krijg je maar één keer’

 

Hét adres voor ‘het patatje op zondag’, aloude Texelse traditie bij veel gezinnen. Naomi Hin runt sinds juni 2014 samen met haar ouders Peter en Annie met veel plezier Bospaviljoen ’t Turfveld. Een bijzonder sfeervol plekje op Texel.

 

Peter deed voor zijn werk als zelfstandig timmerman een boodschap bij bouwmarkt Govers. Daar liep hij Turfveld-eigenaar Johan Hutjes tegen het lijf. ‘Peter, ik heb een tent te koop, zei Johan. Dat was een kans, die krijg je nooit meer’, vertelt Peter.

Ze konden het gewoonweg niet laten schieten. Annie: ‘Twee weken later was het van ons. Naomi was nog bezig met het afronden van haar studie en liep stage op een camping in Frankrijk. Zij kon dus niet eens bij de overdracht aanwezig zijn.’ Naomi vult aan: ‘Ik wist nog niet zo goed wat ik wilde, maar wel dat ik een beetje uitdaging zocht. Een negen-tot-vijfbaan is niks voor mij. Mijn vader en moeder stonden voor me garant. Zo is het dus toch gelukt om binnen twee weken eigenaar te worden van ’t Turfveld.’ En ineens was haar toen nog onzekere toekomst glashelder.

Ruiters met paard

Peter is een échte ondernemer, een van de eerste zelfstandige timmerlieden op Texel ooit. Annie werkte vijfendertig jaar bij De Kastanjeboom, voorheen Bruintje Beer, in Den Burg. Aan ervaring geen gebrek dus. Annie draaide op ’t Turfveld in haar eentje het eerste seizoen, want Naomi zat nog in Frankrijk. ‘We hebben alles nog even gelaten zoals het was. Na een poosje kun je beter inschatten wat je anders wilt.’  Na de eerste zomer werden de nodige veranderingen doorgevoerd. ‘Groter terras, wat frissere kleuren. We hebben het helemaal eigen gemaakt. Gelukkig hebben Naomi en ik dezelfde stijl en smaak.’ Het eerste seizoen beviel meteen heel goed. ‘De diversiteit aan bezoekers is prachtig. Zo stoppen er bijvoorbeeld regelmatig ruiters met paard voor de deur. Dat maakt niet iedere horecabaas mee’, lacht Annie.

Nooit zat

Het samenwerken als familie vinden de Hinnen prachtig. Peter en Annie rijden rond zeven uur ’s morgens naar het bos. Dan lopen ze eerst een rondje. Peter: ‘Vanaf hier zijn er zoveel leuke wandelingen te maken. Je kunt letterlijk alle kanten op.’ Om half negen zijn ze weer terug bij ’t Turfveld. Ook Naomi begint dan haar werkdag. En dat zeven dagen in de week. ‘Maar voor ons voelt dat niet als werken, het is hier ons thuis’, zegt Naomi. Peter zet ’s morgens alles klaar. Plantjes op de tafels buiten, kussens op de loungesets. Als alles gereed is voor de dag, drinken ze samen koffie en gaat hij naar zijn timmerklussen. Naomi en Annie runnen de tent. ‘Ik zou dat met niemand anders kunnen’, zegt Naomi. ‘We hoeven eigenlijk niks tegen elkaar te zeggen, we voelen elkaar feilloos aan.’ Rond de lunch komt Peter weer terug om te helpen. ‘Dan leeg ik alle vuilnisbakken en zorg dat alles er weer netjes bij staat. Dat soort dingen. Na de lunch ga ik weer verder met mijn klus en rond vier uur drink ik bij Annie en Naomi weer een kop koffie.’ Naomi vult aan: ‘Na het werk gaan we meestal met z’n drieën naar huis en bespreken we de dag. In de winter gaan we ook wel eens samen op vakantie. Op de een of andere manier raken we elkaar nooit zat.’

In het begin was het voor de jonge onderneemster – ze was nog maar negentien – wel erg wennen. ‘Vriendinnen gaan lekker uit, kunnen uitslapen in het weekend. Maar ik haal veel plezier uit mijn werk. Ik kon al op mijn 21ste mijn eigen huis kopen. Hard werken wordt beloond. Al merkte ik soms om mij heen dat mensen dachten dat ik alles van mijn ouders kreeg. Tsja, in het begin kon ik me er druk om maken. Nu niet meer. Ik weet zelf dat ik er keihard voor werk.’

Geen medelijden

Het harde werken zit dit gezin in de genen. Zoon Roy vliegt de hele wereld over als Caterpillar-specialist. ‘Hij repareert kranen en bulldozers’, zegt Peter met trots. ‘Ja, wij werken veel en hard, maar je hoeft echt geen medelijden met ons te hebben’, lacht Annie. ‘We gaan ook vaak op vakantie. We hebben een vakantiehuisje in Turkije en daarnaast maken we mooie reizen. In de winter kan dat makkelijk.’

Waar ’t Turfveld z’n populariteit aan te danken heeft? Annie hoeft niet lang na te denken. ‘De uitbreiding van het terras was een hele goede zet. En kinderen komen hier graag om in de zandbak te spelen. Het is ook zo lekker dat je hier altijd uit de wind zit.’ Peter vult aan: ‘We zorgen dat de kwaliteit van het eten en drinken goed is. Daar komen mensen voor terug. Dan verdienen we liever iets minder op een kop koffie. Als de smaak maar goed is.’ Sinds kort verkoopt ’t Turfveld zelfs leuke accessoires en Texelsouvenirs. Naomi: ‘Veel daarvan maken we zelf. Och, zo blijf je lekker bezig en mensen vinden het leuk.’

Dromen

De familie Hin ziet zichzelf oud worden op deze bijzondere werkplek. ‘Het is geen bedrijf om in je eentje te runnen. Met z’n tweeën is wel zo fijn, dan kun je zorgen dat er altijd een van ons aanwezig is’, vertelt Annie. Ze zegt ook dat ze er geen moeite mee heeft om te blijven werken tot ver na haar 65ste. Alle drie zijn ze het erover eens dat dit een kans uit duizenden was. Naomi: ‘En dat het zo’n succesverhaal zou worden, daarvan kun je alleen maar dromen.’

                                                       

boskiosk 1
Familiebedrijf_fam-Hin_01_Stefan-Krofft-2020
Unknown-1
Unknown-2
Unknown-3
Unknown-4
Unknown-5
Unknown

Alle kinderen in het familiebedrijf

Trotser kun je moeder Halsema niet maken

Groener dan groen, dat zijn de vingers van de familie Halsema. Al jarenlang hebben ze een tuincentrum en zijn ze gespecialiseerd in het kweken van de Hemerocallis. Deze daglelies, die perfect gedijen in het Texelse klimaat, gaan de hele wereld over.

 

Freek en Catharina – roepnaam Tiny – woonden in de jaren zestig al aan het Gerritslanderdijkje, waar kwekerij Halsema nu nog altijd is gevestigd. ‘Mijn man begon naast zijn werk als trekkerchauffeur met het verkopen van plantjes aan de deur. Hij vond dat leuk. Al gauw vielen de planten bij mensen in de smaak’, vertelt Tiny. Door de komst van grote bungalowparken in die tijd, was er veel vraag naar hoveniers. Freek stopte als chauffeur en begon met het aanleggen van tuinen. Tiny: ‘Bijvoorbeeld langs de Californiëweg, Epelaan en in de buurt van de Slufter. Het tuingoed dat hij overhield, nam hij mee naar huis om hier op het erf te verkopen.’

Kas

Oudste zoon Hans haalt herinneringen op aan zijn kindertijd aan het Gerritslanderdijkje. ‘De verkoop bij het huis nam mama op zich. Zo samen verdienden ze daar een goede boterham mee.’ Al gauw werd het bedrijf groter. ‘De gemeentelijke kwekerij in Den Burg moest plaatsmaken voor de Bernardlaan. Voor vijfhonderd gulden kocht mijn vader de kas, hij moest hem zelf uit elkaar halen en opnieuw opbouwen. Wat een werk was dat. Ik heb hem daarmee geholpen, die kas was vijfhonderd vierkante meter.’

Met de nieuwe kas op het erf kon de familie Halsema ook bij slecht weer blijven werken. ‘We hadden toen nog tomaten’, herinnert Simone zich. ‘Die verkochten we aan de groentewinkel van Joop van der Meer in Den Burg, waar nu café Mans is’, vult Peter aan. De snijbloemen gingen naar Lisse, later naar Aalsmeer. Hans: ‘Van de narcissen hielden we de bollen over, dus we gingen ook bollen telen. We werden steeds groter in de bloemen en bollen. Het tuinonderhoud kwam op een lager pitje.’

Spanning

Het tuincentrum, waar Tiny zich dagelijks mee bezighield, was ondertussen ook aardig uitgegroeid. ‘Ik ging naar de veiling in Aalsmeer om eigen bloemen weg te brengen, sliep ik in de bus en op de terugweg ging ik langs de groothandel om bloemen en planten mee te nemen voor het tuincentrum’, vertelt Hans. ‘Pfoe, dat is al zo’n veertig jaar geleden. Ik weet nog dat ik op de veiling in spanning stond te staren naar de klok, om te kijken hoeveel onze bloemen hadden opgebracht. Dan rende in naar de telefooncel om mijn familie op te bellen.’

Dochters Simone en Mary sprongen als kind ook al bij in het familiebedrijf. Simone: ‘Als jong meisje hielpen we altijd mee na schooltijd. Kregen we een emmertje en moesten we de dorre blaadjes tussen de planten opruimen.’ ‘Die groene vingers begonnen steeds meer te groeien’, lacht Mary. Eind jaren negentig, toen hun eigen kinderen naar school gingen, kwamen Simone en Mary terug in het bedrijf. En zo zijn nu alle vier kinderen van Freek en Tiny Halsema in het familiebedrijf werkzaam.

De broers en zussen vertrouwen elkaar blindelings. ‘Het samenwerken gaat als vanzelf, ik denk dat dat best bijzonder is’, vertelt Hans. ‘Wij begrijpen elkaar goed en we vullen elkaar aan.’ Het raakt Tiny zichtbaar. ‘Dit is toch het mooiste wat je kunt hebben. Met het gezin hebben we altijd hard gewerkt. Het is niet altijd makkelijk geweest. Maar om mijn vier kinderen hier samen het bedrijf te zien runnen, is geweldig. Trotser kun je mij niet maken.’

Daglelies

Daarmee memoreert Tiny ook aan het overlijden van Freek, al in 1994. Peter: ‘Dat gebeurde heel plotseling, tijdens zijn werk in de kas. Heel onwerkelijk. Hij was bijna zestig jaar. Je weet even niet wat je overkomt. Moeder verhuisde naar Den Burg en ik ging hier op het erf wonen. Tuurlijk, je gaat door. Maar het was een heftige periode.’ De familie was inmiddels al druk met het ontwikkelen van de Hemerocallis, waarvan Freek rond 1980 zijn eerste stekkie plantte. ‘De vasteplantenteelt was in die periode in opmars. Van Jan Bakker bij De Waal kochten we zijn hele tuinbeplanting, hij had meer dan honderd soorten daglelies. Zo begonnen we met onze eigen teelt’, vertelt Peter. Het is daarbij belangrijk dat je nieuwe creaties op de markt brengt. ‘Het uitselecteren van de plant is een lang proces. Na dertien jaar heb je pas het resultaat wat je wilt. Verschillende soorten ga je kruisen. Het stuifmeel van de ene bloem doe je op de stamper van de andere. Daar komen unieke planten uit voort en zo ga je verder. Elk zaadje is anders. Daar zoeken we de mooiste uit en die worden vegetatief vermeerderd. In Jip-en-Janneketaal betekent dat dat alle planten afstammen van dezelfde moeder, om het zo maar te zeggen’, lacht Peter. De schitterende bloemen verschillen van kleur, vorm, tekening, randen en maten. Kwekerij Halsema heeft nu ongeveer vierhonderd soorten Hemerocallis in het assortiment. De naam komt van de Griekse woorden hemera, wat dag betekent, en kallos, schoonheid. Schoonheid voor één dag dus. Hans verklaart: ‘Elke bloem bloeit slechts één dag, maar er zitten zoveel bloemen aan, dat je er wekenlang plezier van hebt.’

Heel persoonlijk

Binnen het huidige bedrijf beslaat zo’n zestig procent de kwekerij en veertig procent het tuincentrum. Hans: ‘Het aantal bezoekers is de laatste jaren enorm toegenomen. Steeds meer jonge mensen gaan tuinieren. Negen op de tien bezoekers zegt bij binnenkomst: Wat hebben jullie veel keuze en wat is het hier netjes! Dat is precies wat wij willen uitstralen. Veel afwisseling – met de seizoenen mee – en de hele dag door bezig met het verzorgen van onze planten.’ ‘Dat is ook het verschil met andere tuincentra. Wij verkopen alleen bloemen en planten, daar ligt ons hart. Hier vind je geen barbecues en loungesets’, vertelt Mary. ‘En we geven goed advies. Mensen kunnen ons altijd alles vragen, het is heel persoonlijk. Sommigen komen hier al meer dan veertig jaar. Een van onze klanten heeft al sinds wij ons kunnen herinneren klompjes aan haar schutting hangen. Al meer dan veertig jaar komt ze daarvoor bij ons nieuwe plantje kopen. Hoe leuk is dat?’

Familiebedrijf_fam-Halsema_01_Stefan-Krofft-2020
Familiebedrijf_fam-Halsema_02_Stefan-Krofft-2020
Schermafbeelding 2021-07-26 om 16.05.28
Schermafbeelding 2021-07-26 om 16.05.46
Schermafbeelding 2021-07-26 om 16.06.11
Schermafbeelding 2021-07-26 om 16.06.20
Schermafbeelding 2021-07-26 om 16.06.29

Henk en Margret Prins vormen een wereldteam

‘Mijn vader is een heel goede leermeester’


‘Ik heb moeite met autoriteit en zou ook nooit voor een ander kunnen werken. Maar van mijn vader heb ik altijd alles aangenomen. Hij is mijn vader, hè?’ Margret Prins lacht naar vader Henk, die trots terugkijkt. Ze kunnen het duidelijk goed met elkaar vinden.

 

Henk (82) en Margret (51) van Kapsalon Henri zijn de tweede en derde generatie van het familiebedrijf, waarvan de geschiedenis teruggaat tot 1936, toen hun vader en opa Hendrik Catharinus Prins zijn eigen zaak begon. Prins senior had het vak van een kapper in Den Helder geleerd en kon na een tijdje diens filiaal in Den Burg overnemen. ‘Mijn vader was dameskapper. Ook in die tijd al lieten dames hun haar verven, maar ze wilden natuurlijk niet dat iemand dat wist. Dus ging er dan een gordijntje voor. Van rood pluche’, vertelt Henk, die vol anekdotes zit.

‘Ik kweek geen concurrenten’

Toen Henk had besloten in de voetsporen van zijn vader te treden, adviseerde die hem eerst voor herenkapper te leren. ‘De grondbeginselen van het knippen bij heren zijn wat preciezer.’ Henk werd leerling bij Piet Uitgeest, een collega in Den Burg, maar hoewel hij ƒ2,50 lesgeld per week betaalde, mocht hij niet veel meer dan mannen inzepen voor een scheerbeurt en vegen. ‘Op een dag zei een klant: laat die jongen alvast beginnen met scheren, dan leert hij ook wat. Maar Piet antwoordde: daar begin ik niet aan, ik kweek geen concurrenten.’ Uiteindelijk leerde hij het vak in Groningen. Nadat hij zijn militaire dienst had vervuld en in Rotterdam ook het diploma voor dameskapper had behaald, trad Henk in december 1960 in dienst bij zijn vader. ‘Ik heb tien jaar in de firma gezeten. In de beginjaren werkten mijn broer Jan en zus Cathie er ook. Ik was eerst alleen dameskapper. Totdat de tijd van de langharigen begon. Herenkapper Schaart, die ook een salon in Den Burg had, zei tegen die jongens: daar begin ik niet aan, ga maar naar een dameskapper. Zo kreeg ik het in de avonduren druk met heren.’

Op de brommer

Henk vertelt graag en heeft het ene na het andere verhaal paraat. Over hun filiaal in De Koog bijvoorbeeld, geopend door burgemeester De Koning. Die sprak niet alleen mooie woorden, maar liet zich ook ontvallen dat hij niks over een vergunning had gelezen. ‘Moet dat dan?, vroeg vader Prins. Waarop De Koning antwoordde: Nou, ik weet van niks...’ Iedere dag ging Henk op de brommer naar De Koog. Ook in de winter, toen er zo veel sneeuw lag, dat hij er alleen met de grootste moeite doorheen kon komen. ‘Bij Flora lagen twee enorme bulten. Ik dacht er net tussendoor te kunnen, maar toen kwam er van de andere kant een auto en belandde ik bovenop een van die bergen.’ Uiteindelijk zou het filiaal maar een jaar bestaan. ‘Toen gingen we tellen en bleken de opbrengsten lager dan de kosten.’

Salon Henri

Op 2 januari 1971 begon Henk voor zichzelf en opende hij Salon Henri. Samen met zijn vrouw Hanny, die haren waste, manicure deed en de boekhouding op orde hield. En ondertussen Henk junior en Margret opvoedde. Dat hun dochter kapper zou worden, leed geen twijfel. ‘Ik speelde als kind al kappertje’, vertelt ze. Henk: ‘Ze knipte barbies. Elke keer ging er een stukje haar vanaf, totdat ze kaal waren.’ Margret: ‘En op de lagere school knipte ik de pony’s van de jongens voordat ze op de schoolfoto gingen.’ Dat ging niet altijd goed. Lachend: ‘Er is een foto waar een klasgenoot heel leuk op staat.’ Vanaf haar twaalfde werd het serieus. ‘Ik heb vier jaar lang iedereen op school geknipt. Mijn vader keek mee. Totdat hij zei: mag ik ook eens een avondje voetballen kijken? Ik knipte ook een keer opa Prins. Toen het klaar was, zei hij: je vader moet het maar even nakijken. Ik was beledigd! Maar het was helemaal goed.’

Ambitieus

Margret was ambitieus. Na twee jaar kappersschool in Den Helder bekwaamde ze zich verder in Amsterdam. Ook deed ze regelmatig mee aan wedstrijden. Als 19-jarige werd ze jeugdkampioen van Nederland en een jaar later zelfs tiende van de wereld. ‘Werk, school, wedstrijden, ik was dag in dag uit met mijn werk bezig. Ik wilde beroemd worden. Alleen had ik als nadeel dat ik van Texel kom en mijn vader geen beroemdheid is in de kapperswereld. Dat telde mee bij de jury. En als je dan steeds vierde wordt, houdt het gewoon op. Toen ik vijfentwintig was, ben ik thuis in de firma gegaan. En daar heb ik nooit spijt van gehad.’
De samenwerking verliep uitstekend. ‘Mijn vader is een heel goede leermeester’, vindt Margret. Henk glimlacht: ‘Ik lever altijd opbouwende kritiek. Dan zei ik bijvoorbeeld: dat ziet er prima uit. Als je nou dit of dat nog zo doet, dan is het helemaal goed. Natuurlijk was er wel eens wat. Vooral toen Margret jong was. Zij had haar ideeën, ik de mijne. Maar we kwamen er altijd uit.’ Margret: ‘Mijn vader en moeder hebben me altijd alle kansen gegeven. Ook mijn vervolgopleiding in Amsterdam hebben ze betaald, nooit hebben ze me tegengehouden.’

Vaste schare klanten

In ruim vijfentwintig jaar gingen vader en dochter steeds met hun tijd mee en werd de salon meermalen verbouwd en gemoderniseerd. Ze hebben een vaste schare klanten, onder wie veel gasten met een tweede woning. Trots zijn ze ook op hun medewerkers, tegenwoordig zes in getal, plus een leerling-kapster. ‘We hebben een wereldteam’, vindt Margret. ‘Heel gezellig en iedereen gaat regelmatig naar cursussen voor de nieuwste ontwikkelingen.’ Henk draait nog altijd geregeld mee. ‘Waarom? Vanwege de leuke contacten en de gezelligheid. En mijn eigen klanten willen niet door een ander worden geknipt.’ Vanwege wat fysieke ongemakken heeft hij nu toch besloten er op 1 januari 2021 een punt achter te zetten. ‘Dat mag wel een keer, zeker als je 82 bent en al 65 jaar werkt’, vindt Margret. Lachend: ‘Nee, zo lang ga ik het niet volhouden, hoe leuk ik het ook vind. Daarmee stopt het familiebedrijf, want ik denk niet dat een van mijn kinderen kapper wordt. Maar wie weet is er een medewerker die de zaak wil overnemen.’

 

Een Haker-slager gaat altijd voor vakwerk

‘Kwaliteit verloochent zich niet’

Hij is geen supermarktman. Ooit heeft Peter Haker het wel geprobeerd, op een vleesafdeling. Maar dat grootschalige was niks voor hem. Hij is van het ambacht, het echte slagersvak. Niet voor niets staat hij te boek als Vakslager Peter Haker.

 

Peter werkte na het behalen van zijn diploma in Den Hoorn, bij Willem Goënga in de slagerij. Het beviel hem prima, maar door de crisis begin jaren tachtig moest er iemand weg. First in, first out. Peter kon niet blijven. ‘Ik ben gaan werken in de slagerij van Ran in de Kogerstraat. Helaas kon deze kleine slagerij niet op tegen de komst van de supermarkt van Joop Maas, wat nu de Jumbo is.’ Toen de slagerij in de Kogerstraat dicht ging, werkte Peter een tijdje op de vleesafdeling van de toen nieuwe supermarkt. ‘Ik kwam er direct achter dat ik geen supermarktman ben. Ik houd meer van het ambacht, het echte slagersvak. Dat grootschalige hoeft van mij niet.’

Vakwerk

Na twee jaar supermarkt kwam Peter terecht in De Cocksdorp, bij Siep de Boer. ‘Dat was prachtig. Een klein bedrijf waar je alles zelf mocht doen. Precies mijn hobby: lekkere vleesproducten maken. En dan moet het hele plaatje rond zijn: van levend dier tot het stukje vlees dat uiteindelijk bij jou op je bord terecht komt. Dat is nog best complex, omdat er zo’n grote variëteit aan vleesproducten is. Vakwerk noem ik dat.’ Op vrijdagmiddag gingen Peter en Siep de boer op, zoals ze het noemden. ‘Dan gingen we koeien kopen voor de slacht. Daar, op de boerderij, begint het ambacht.’

Kansloos

Bij Siep werkte Peter veertien jaar met veel plezier. ‘Siep wilde ermee stoppen. Bij mij kriebelde altijd al het idee om ooit iets voor mezelf te beginnen.’ Maar het was nog wat te vroeg. Dus ging hij aan de slag in de slachterij van Aad van Heerwaarden. Lachend: ‘Vier jaar later had ik alle moed verzameld. Ik nam ontslag en via via kon ik een plekje krijgen in het verzamelgebouw van Klaas Veenbaas, aan de Stoompoort in Oudeschild. Dat ging nog niet zo makkelijk. De bank vond het een kansloos idee. Veel kleine slagers in Nederland vielen destijds om door de komst van de grote supermarktketens. Maar dan is het zo fijn dat Texel een ander stukkie Nederland is. Ons kent ons, een jongen bij de bank wilde mij wel helpen. Dus met wat extra moeite is het toch gelukt om een lening te krijgen voor mijn eigen bedrijf. En ik heb altijd gezegd: degenen die nu overeind blijven, hebben het straks goed. Als je eerlijk en netjes bent en de kwaliteit is goed, dan komen de klanten vanzelf. Kwaliteit verloochent zich niet.’

Hard werken

Peter wilde geen winkel, hij wilde gewoon aan het werk. Zelf vee kopen, zelf slachten. Op de markt staan vond hij ook leuk, dus kocht hij er een verkoopwagen bij. ‘Ik kreeg wat horecaklanten en na een tijdje begon mijn bedrijf lekker te lopen. Al was dat heel hard werken. Van half zes ’s ochtends tot tien uur ’s avonds.’ Al vanaf de eerste dag staat zijn vrouw José altijd voor Peter klaar. ‘Zij doet de boekhouding. We hebben de taken goed verdeeld.’

Na zeven jaar verruilde Peter zijn slagerij aan de Stoompoort voor een eigen pand aan het nabijgelegen Vliegwiel. ‘Een eigen pand is toch beter, dan heb je later wat te verkopen.’ Het bleek een goede zet. Het werd nog steeds geen echte winkel, maar een open slagerij. ‘Mensen kunnen gewoon binnenlopen als ik aan het werk ben. Dat vinden ze vaak ook mooi. Het is natuurlijk heel anders dan een slager met een vitrine. Een Duitser bestelde eens een lamsbout. Toen moest ik nog een heel lam uit elkaar zagen. Prachtig vond hij dat.’

Zoon Yeffrey

Na twee jaar was het bedrijf zo gegroeid, dat er wel een mannetje bij kon. Zoon Yeffrey was de eerste kandidaat. ‘Ik heb hem even de tijd gegeven om erover na te denken. Na twee maanden was hij eruit. Pa, ik ga ervoor.’ Peter gaf hem vijf jaar om naast het ondernemen alles te doen wat hij leuk vond. Om zich dan na die tijd volledig op het bedrijf te richten. ‘Hij heeft veel van de wereld gezien. Ik wilde niet dat hij later spijt zou krijgen van dingen die hij gemist had. Hij heeft daar echt goed aan gedaan. Nu ligt zijn focus volledig op de slagerij.’

 

Peters eigen passie voor het vak lag altijd bij het ambacht, niet bij het verkopen. Maar gold dat ook voor Yeffrey? ‘Daarom vroeg ik hem een paar jaar terug: Jef, vind je Skil wel leuk genoeg? Of zou je graag een winkel erbij willen? Het is tenslotte jouw toekomst. Inderdaad miste hij het klantencontact wel. Praatje hier, praatje daar.’ Vader en zoon besloten dat als er iets op hun pad zou komen, ze zouden toehappen. ‘Yeffrey was in Australië en ik was aan het werk op de markt op de Groeneplaats, toen ik hoorde van de nieuwbouw die daar zou komen. René Beentjes, collega-marktverkoper, liep ook al langer met het idee rond voor een vaste winkel op Texel. Het laatste kavel dat nog vrij was, was voor ons allebei eigenlijk veel te groot. Maar samen kwamen we tot de perfecte oplossing: we verdeelden het kavel en begonnen er allebei een eigen winkel.’

Nieuwe winkel

Dolblij belde Peter zijn plannen door naar Australië. ‘Yeffrey was direct laaiend enthousiast. Ik zei wel meteen: het wordt jouw winkel. Natuurlijk van ons samen, maar ik blijf op de achtergond.’ In april 2020 werd de nieuwe winkel aan de Groeneplaats geopend. Peter, José en Yeffrey vinden het heerlijk om als familie zo samen te werken. ‘En laten we ook onze dochter Yessica niet vergeten. Zij is ontwerpster van drukwerk en maakt voor ons eigenlijk alles voor het uiterlijk vertoon: logo, flyers, styling van de winkel… En ze springt altijd bij als het druk is. Het is superfijn om haar erbij te hebben. En wie weet is de volgende generatie vakslager al geboren’, lacht Peter. ‘Yessica’s zoontje Teun vindt het prachtig om mee te gaan naar de boerderij van Piet van der Star of Henk Zoetelief. En dan daarna in de slagerij een plakje worst halen.’

01 Peter voor de winkel van Siep de Boer - Cocksdorp - donderdag barbecue
02 2005 Peter bezig op de opening van slagerij aan de Stoompoort
04 Vader en zoon altijd in voor wat gekkigheid - vliegwiel
05 elke maandag op de markt aanwezig. Sinds maart 2020 verleden tijd
06 Op de Fokveedag
07 Vader en zoon - vliegwiel
2020-04-04-14-58-17

More Articles ...

  1. Eerste prijsopgaves achterop sigarendoos
  2. Schoonmaakbedrijf Dupon houdt het in de familie
  3. Drossen zijn bedreven kooplui
  4. Dobber Outdoor: vrolijke vakantiewinkel voor iedereen
Page 5 of 7
  • Start
  • Prev
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • Next
  • End

Zilte-Zaken

TexelNU informatie

  • Algemene voorwaarden
  • Privacy
  • Retourneren
  • TexelNU sitemap
  • Algemene voorwaarden webshop
  • Bezorgen
  • Advertentietarieven TexelNU krant
  • Advertentietarieven KustNU krant
  • Advertentietarieven De Koog Info
 

copyright: Zilte Zaken / Privacyverklaring / Algemene voorwaarden

  • Volg ons op Facebook
  • We zitten op Instagram
  • Bekijk onze YouTube vlogs