TPL_SIDEBAR_MENU_TITLE

  • Home
  • TexelNU
    • Texel uitgelicht
    • Met de boot naar Texel
    • Hardlooproutes
  • De krant online
    • Bladerboeken
  • Webwinkel
  • Contact
  • Search
TexelNU | uitgever van boeken, tijdschriften en producten over Texel TexelNU | uitgever van boeken, tijdschriften en producten over Texel TexelNU | uitgever van boeken, tijdschriften en producten over Texel
  • Home
  • TexelNU
    • Texel uitgelicht
    • Met de boot naar Texel
    • Hardlooproutes
  • De krant online
  • Webwinkel
  • Contact
  • Search

Texelse families

Eerste prijsopgaves achterop sigarendoos

Ondernemerschap gebroeders Graaf komt goed uit de verf


Dat schilderen vond hij maar niks. Liever dan kwasten, werkte Kees Graaf aan het opknappen van auto’s. Zijn passie vormde de basis voor Graaf Spuiterij, nu geleid door zijn zoons Mark-Peter en Robert-Jan. Dat het ondernemerschap de mannen in de genen zit, blijkt uit de groei van het bedrijf en hun ambitieuze plannen.


Kees (1942-1997) voelde er weinig voor om in het schildersbedrijf van zijn vader Piet te blijven werken. Al snel richtte hij de schuur naast het bedrijf in de Hogerstraat in als werkplaats om er auto’s te plamuren en te spuiten. Toen die ruimte te klein werd, kocht Kees in 1963 met hulp van zijn vader een stuk grond aan de Slingerweg, de huidige bedrijfslocatie. ‘Er was nog niks’, vertelt Mark-Peter, ‘alleen de AOT had er een busgarage.’ Later werd aan het bedrijfspand een huis gebouwd. De officiële opening was in januari 1964. ‘Vader had al snel zijn eerste personeelslid: Wim Jas. Die heeft jaren in de spuiterij gewerkt. Prijsopgaves maakten ze achter op een sigarendoos. Opa kwam af en toe langs met ‘goede raad’, tot ergernis van mijn vader. Voordat het uit de hand kon lopen, stuurde mijn moeder opa dan weer naar huis’, grinnikt Robert-Jan. In die eerste jaren lieten vooral particulieren hun schades bij Graaf spuiten.

Stofzuigerzakken uitkloppen

Op jonge leeftijd werkten Mark-Peter (1965) en Robert-Jan (1967) in de zomervakanties in het bedrijf. ‘We moesten stofzuigerzakken uitkloppen, schoonmaken en opruimen. En we waren vaak met brommers aan het rommelen’, herinnert Mark-Peter zich. In 1980 volgde een forse uitbreiding. Het naastgelegen terrein werd aangekocht en de werkruimte meer dan verdubbeld. Na de havo zou Mark-Peter in het bedrijf komen, waar toen al vier mensen werkten. ‘Ik zou eerst ervaring opdoen bij bedrijven aan de overkant, maar dat liep anders. Kees Betsema en Arno Gieles stapten op om hun eigen spuiterij te beginnen, dus mijn vader had me direct nodig. In 1987 ben ik in dienst gekomen en na een jaar werd ik mede-eigenaar.’

AKZO Nobel

Robert had heel andere plannen. ‘Na mijn havo heb ik diverse baantjes gehad en uiteindelijk kwam ik bij AKZO Nobel in Sassenheim terecht. Daar gaf ik trainingen en was ik gespecialiseerd in autolakken. Dat beviel prima.’ Hij ging overstag toen zijn vader en broer een beroep op hem deden om vanwege de toenemende drukte ook in het bedrijf te komen. ‘Dat wilde ik wel, maar dan ook als mede-eigenaar’, glimlacht hij. Mark-Peter vond het naar eigen zeggen ‘super’ dat zijn anderhalf jaar jongere broertje ook in het bedrijf kwam. ‘We kunnen goed samenwerken. In de beginperiode hadden we weleens flinke ruzie, maar tegenwoordig zitten we meestal op één lijn. Robert zit meer op kantoor en mij vind je vooral op de werkvloer. Dat is veel meer mijn ding.’

Veranderende markt

De ontwikkelingen in hun branche zijn hard gegaan. Waar het werk eerder bestond uit het spuiten van herstelde auto’s, worden sinds jaar en dag ook complete schadereparaties uitgevoerd. Robert: ‘We zijn meegegroeid met de ontwikkelingen in de markt. Verzekeraars hebben een dikke vinger in de pap en bepalen het verloop van een reparatie. Heel lang hadden we via Autoschade Combinatie Texel een mooi samenwerkingsverband met een aantal Texelse garagehouders. Zij repareerden, wij spoten. Voor de verzekering waren wij het centrale aanspreekpunt bij schades.’ Toen de verzekeraars als voorwaarde stelden dat schades onder één dak hersteld moesten worden, ging Graaf Spuiterij ook complete reparaties uitvoeren en kwam er noodgedwongen een einde aan de samenwerking. In 1996 sloot het bedrijf zich aan bij de landelijke schadeherstelketen ABS. ‘Dit collectief leverde ons veel voordelen, zoals de nieuwste technieken, gezamenlijke inkoop en contracten met opdrachtgevers.’

Innovatie

Achterovergeleund hebben de broers niet. Inspelend op innovaties in de markt, werd flink geïnvesteerd in systemen om klanten van dienst te kunnen blijven. Robert-Jan: ‘We zijn al jaren aangesloten bij de franchiseketen Glasgarage. Daarvoor hebben we bijvoorbeeld apparatuur aangeschaft om zogeheten ADAS-systemen te kunnen uitlezen, Advanced Driver Assistance Systems. Die zorgen ervoor dat je auto niet van de weg raakt en grijpen in als je te dicht op je voorganger komt. Veel van die elektronica is verwerkt in de voorruit. Dat maakt dat je niet zomaar even een ruit vervangt. Daar komt heel wat bij kijken.’ Niet alleen innovatie is in het bedrijf doorgevoerd, ook verbreding. ‘Onze medewerkers zijn allround en het werk is divers. We bestickeren auto’s, repareren schade, vervangen ruiten en spuiten niet alleen auto’s maar eigenlijk van alles’, vult Mark aan. Sinds 2014 is naast de werkplaats een carwash gebouwd, vanaf de start direct een groot succes. ‘Elke auto die wij repareren wordt ook gewassen. Dat gebeurde handmatig en was tijdrovend. Daar wilden we vanaf. Maar we twijfelden. Het was voor ons een onbekende markt. We hadden becijferd dat we tien tot vijftien auto’s per dag van buiten zouden moeten krijgen. Inmiddels hebben we bijna 1400 vaste klanten.’

 

Uitdaging

 Als vijftigers kwam bij de broers het besef dat het goed is om het werk wat meer los te laten. ‘Onze kinderen willen geen van allen in het bedrijf, dus moet je een andere weg kiezen. Onze vaste medewerkers hebben aangegeven interesse te hebben in participatie. We willen ze meer betrekken bij de bedrijfsvoering. Dat is een lastig proces, want we zijn allebei perfectionistisch en moeten leren om het werk uit handen te geven. Toch zou het fijn zijn als het heilige moeten eraf raakt. Onze vader overleed op zijn vijfenvijftigste aan een hersentumor. Dat speelt ook mee. Het betekent echter niet dat we er al mee stoppen hoor’, lacht Robert. ‘Zolang we elke ochtend nog nieuwe uitdagingen hebben, blijft het leuk.’ Dat Robert-Jan en Mark-Peter allerminst zijn ingedut, blijkt uit de nieuwste plannen: de bouw van een nieuwe wasstraat op de plek van de voormalige AOT-garage. ‘Nu staat er vaak een wachtrij voor de huidige carwash. Met de nieuwe wasstraat gaat de capaciteit naar ruim dertig auto’s per uur. Naast de wasstraat komen wasboxen, poetsruimtes en een interieurcleaning. Alles wordt zoveel mogelijk geautomatiseerd en ingestoken op gebruiksgemak.’ De nieuwbouw moet in 2021 operationeel zijn. Niet alleen innovatie vinden de ondernemers belangrijk. Duurzaamheid speelt een grote rol. ’Vijfentachtig procent van het water wordt hergebruikt, de energie komt van zonnepanelen en we laten een warmtepomp installeren. Als ondernemers op een eiland als Texel willen we graag duurzaamheid uitstralen.’

                                                                                         

Schoonmaakbedrijf Dupon houdt het in de familie

‘Als het echt schoon moet zijn’

Wat is er nou mooier dan een succesvol bedrijf opbouwen, dat wordt voortgezet door je kinderen? Maar dat betekent niet dat Jan en Jannie Dupon nu achteroverleunen. Ze werken nog elke dag volop mee. En met plezier. ‘Schoonmaken is dankbaar werk. Je ziet het opknappen.’

 

Kei- en keihard werken. Jarenlang zeven dagen per week. Om drie uur ’s nachts beginnen met kroegen schoonmaken. Om zes uur thuis om de kinderen uit bed te helpen. Hadden ze er samen al een halve werkdag opzitten en gingen ze nog vrolijk een hele dag door. Het zit in de genen, want zoon Michael is net zo’n harde werker. ‘Niet helemaal hoor, want ik houd wel weekend.’ Vader Jan knikt. ‘Beter, want ik ging door tot ik niet meer kon. Ik heb geleerd dat dat niet verstandig is. Tegenwoordig kan ik iets beter loslaten. Jannie en ik trekken er af en toe op uit met de camper, onze trots.’ Bij dat ‘loslaten’ fronsen vader en zoon allebei. Dat blijft moeilijk. Want het werk gaat voor en van half werk zijn ze niet bij Dupon. Maar Jan vindt dat zijn vrouw nog veel harder werkt. ‘Die doet net zo veel als wij en heeft daarnaast nog een huishouden én doet de boekhouding.’

Te brutaal

Schoonmaakbedrijf Dupon begon in 2008 met Jan. ‘Ik kom oorspronkelijk uit de vis, maar daar was even geen werk. Stilzitten is niets voor mij, dus ging ik bij een bedrijf in de schoonmaak. Mijn contract werd echter niet verlengd. Te brutaal, hè, dan krijg je dat. Ik ben gelijk voor mezelf begonnen.’ Jannie werkte nog voor een ander bedrijf en bleef dat aanvankelijk ook doen.

Jan houdt het graag in de familie. ‘Ik had een bedrijfsauto nodig. Ik begon net, daar was nog geen geld voor. Maar we hebben altijd goed voor onze kinderen gezorgd, dus die hadden een mooie spaarrekening. Heb ik van Michael geld geleend voor een tweedehandswagen.’ Klanten wisten hem te vinden. Bungalowpark Vredelust bijvoorbeeld. ‘Stond ik van ’s ochtends tot ’s avonds terrassen te reinigen. In de winter, regenpakkie aan. De kroegen kwamen erbij, die wilden iemand die meteen na sluit de boel schoonmaakte. Dat heeft ons groot gemaakt, zeg ik wel eens.’

Binnen vier maanden was het zo druk dat de auto te klein was. Jan blééf maar heen en weer rijden. Hij zag bij een garage een bestelbus. ‘Dus ik naar de bank om geld. Kom over drie jaar maar terug, zeiden ze. Gelukkig zei Adri Rentenaar: Jij hebt een eerlijke kop en je bent een harde werker. Neem die auto mee en los ’m bij mij af. Bij de laatste afbetaling hebben we een slagroomtaart gebracht en tot op de dag van vandaag rijden we Opel, van garage Rentenaar.’ Na een jaar liep het al zo goed dat Jannie in het bedrijf kwam, want Jan wilde geen personeel van buitenaf.

Vertrouwen staat, naast hard werken, hoog in het vaandel bij de familie Dupon. Spreek een klus met ze af, hoe gek of lastig ook, en het komt goed. ‘We hebben voor de overheid gewerkt, voor grote bedrijven, supermarkten, banken, we doen glasbewassing en verhuren tegenwoordig materialen als hoogwerkers, steigers, professionele schoonmaakapparatuur, maar ook aggregaten en betonmolens.’

Heerlijk geurend

De schuur aan de Wilhelminalaan in Den Burg, waar ze zitten, is ook waar het begon. Jan huurde een gedeelte, trok na twee jaar naar een pand in de Jonkerstraat en kocht toen een eigen ruimte aan de Nollekoog in De Koog. ‘Het was onze trots. Maar we woonden nog in Den Burg, dus het was wel veel heen en weer rijden. De makelaar kwam langs om te vertellen dat dit te koop kwam. Binnen zes weken was alles rond.’ Michael, die na een paar jaar bij EP en Jumbo de gelederen kwam versterken, hoopt ooit een woning te kunnen realiseren bij de schuur. Nadat hij bij het bedrijf kwam, zijn de werkzaamheden zo uitgebreid dat er zelfs een personeelslid van buitenaf is aangenomen. Jan kijkt meewarig. ‘Hij had geen keuze, hij moest er van ons aan toegeven’, lachen zijn vrouw en zoon. Uit zelfbescherming en omdat het bedrijf aanbod genoeg heeft, worden er ook keuzes gemaakt qua werk. ‘Vakantiebungalows binnen doen we niet. We sturen wel mensen door naar collega-schoonmaakbedrijven, die hier ook soms spullen komen kopen. Er is genoeg werk voor iedereen. We zien concurrenten liever als collega’s.’ Het drietal werkt met veel plezier. ‘Had je me tien jaar terug gevraagd, dan had ik nee gezegd’, zegt Michael. ‘Inmiddels vind ik het heerlijk. Het is niet dat we alle dagen toiletten staan uit te schrobben. Je gaat van een terras, naar ramen, naar een kantoor, naar een kerk, naar de vuurtoren… noem maar op. En je ziet altijd resultaat.’ Jan vertelt dat ze de uitkijktoren in het bos gaan doen. ‘We krijgen soms hele specifieke klussen. De buitenkant van de OSG bijvoorbeeld. Of de putten van het waterleidingbedrijf. Soms is het even uitzoeken hoe we iets moeten aanpakken. Ik heb veel op internet opgezocht of nagevraagd bij andere bedrijven. Zo heb ik zelf uitgevonden wat werkt en wat niet. Bier op de vloer geeft een vettige laag. Daarvoor doen we twee middelen door elkaar, dat werkt perfect. We hebben een heerlijk geurende sanitairreiniger waarmee we de meest smerige toiletten brandschoon krijgen.’

Stijfkoppen

De samenwerking binnen de familie verloopt soepel. ‘We zijn van huis uit Friezen, dus stijfkoppen, eigenwijs, maar eerlijk en recht voor z’n raap. We zijn het heus niet altijd eens, maar dat wordt meteen uitgepraat en dan is het klaar. Nou ja, behalve bij Jannie, want vrouwen vergeten niets, hè,’ plaagt Jan met een liefdevolle knipoog. Dochter Marissa is sinds kort ook de gelederen komen versterken. ‘Ze had het er al vaker over, maar het leek me beter dat ze eerst een paar jaar elders ervaring opdeed in loondienst. Maar ze wilde liever hier aan de slag en dus was ze uiteraard welkom.’ Jan kijkt om zich heen. Een succesvol bedrijf dat toekomst biedt voor zijn kinderen. Hij is tevreden. Hoewel…: ‘Misschien nog eens een andere camper. Voor als we echt een stapje terug doen.’

dupon
Familiebedrijf_fam-Dupon_01_Stefan-Krofft-2020
Familiebedrijf_fam-Dupon_03_Stefan-Krofft-2020
Familiebedrijf_fam-Dupon_04_Stefan-Krofft-2020
Familiebedrijf_fam-Dupon_05_Stefan-Krofft-2020
image002
image003
image004

Dobber Outdoor: vrolijke vakantiewinkel voor iedereen

‘Mensen die blij je zaak uitlopen, dáár doen we het voor’

 

Een houten tentharing van leer-werkbedrijf De Bolder. Sommige vakantiegangers staan er met verbazing naar te kijken, geen idee wat ze ermee moeten. Als ze na een dag compleet verwaaid bij Dobber Outdoor in De Koog binnenkomen om lange kunststof pennen, legt Chris Dobber geduldig uit dat zo’n echt Texels product het enige is dat je gaat redden in het duinzand.

 

Opa Dobber kwam vanuit Amsterdam op vakantie op Texel. Zijn zoon ging om houten haringen naar de Rekramarkt, op de hoek van de Badweg en de Dorpsstraat. Daar werkte een leuk meisje. Van het een kwam het ander. Hij ging zelf werken in de winkel, die van Jacq Lut was, en samen begonnen ze iets verderop aan de Badweg een tweede bedrijf met kampeerbenodigdheden en badkleding. Als echtpaar kregen de Dobbers de kans om een van de zaken over te nemen. ‘Ze vonden de meeste uitdaging in de kampeerwinkel, dus die werd het’, vertelt Manon, die in 2011 samen met haar broer Chris het bedrijf overnam.

Seizoenswinkel

Hoewel camping Kogerstrand op een steenworp afstand zit, lag de winkel, zo om de hoek van de Dorpsstraat, aanvankelijk niet ‘in de loop’. Door goed in te spelen op de vraag van klanten, wisten steeds meer mensen de zaak te vinden. ‘Er kwam meer badmode en vliegers vond mijn vader leuk om te verkopen’, herinnert Manon zich. Het begon echt als seizoenswinkel, waarbij het in zes tot acht weken moest gebeuren. ‘Na het jaarlijkse Tropical Sea Festival eind augustus in De Koog, zakte het in. Van november tot de paas waren we dicht. Dat is allang niet meer zo. Het seizoen duurt nu vrijwel het hele jaar’, zegt Chris. Er werd in de drukke tijd zeven dagen per de week gewerkt. Die drijfveer hebben beide kinderen overgenomen. Alleen in de hele stille januarimaand zijn ze slechts op zaterdag open.                                 

Oplossing

Het merendeel van de klanten is toerist, hoewel steeds meer Texelaars de zaak weten te vinden. ‘We proberen overal een oplossing voor te bieden. Als iemand komt met een kapotte tentstok en ik heb iets dat net niet past, probeer ik dat in mijn werkplaatsje hierachter aan te passen. En dat hoeft echt niet altijd de hoofdprijs te kosten. Klanten zijn vaak blij verrast als ze dan maar een paar euro hoeven af te rekenen. Het is gewoon fijn als je iemand zo kunt helpen. Of ze komen balend binnen omdat ze de tentharingen zijn vergeten. Of er is wat stuk gegaan en ze hebben een hel van een nacht gehad. Dat lossen wij op. Mensen die gelukkig je winkel uitlopen, daar doen we het voor.’

Een hele hoek is ingeruimd voor speelgoed. Manon: ‘We zijn in 2017 uitgebreid en vroegen ons af wat er nog miste in De Koog. Kinderen komen met vakantiecentjes en willen iets leuks kopen. Daar zijn we op ingesprongen en dat pakt goed uit.’

Wilde periode

Een broer en een zus die in goede harmonie een winkel runnen is best bijzonder. De overdracht van hun ouders verliep ook organisch. ‘We rolden er vanzelf in. Ik deed al jong zelfstandig de inkoop. Mijn vader stond steeds minder in de winkel, op het laatst deed hij alleen de boekhouding. De verstandhouding, ook met mijn zus, is uitstekend. We overleggen veel. Ondanks dat we wel samen één bedrijf hebben, hebben we allebei onze eigen afdeling. Manon houdt zich vooral bezig met de kleding en ik met de kampeerafdeling. Het werkt prima zo’, constateert Chris tevreden. Manon vertelt dat ze dol is op paarden en ooit wel eens droomde van een carrière in een manege. ‘Maar ik vond het ook erg leuk om met mijn moeder mee te gaan inkopen. Dan mocht ik zeggen welke bikini ik mooi vond en die kocht ze dan. Dus het werd toch de winkel.’ Chris had een ‘wilde periode’, waarin hij het werk overdag in de kampeerwinkel combineerde met een baantje in een kroeg. ‘Ik heb dat een aantal jaar volgehouden. Kwam ik vroeg in de ochtend thuis, sliep ik een paar uur, werkte in de winkel, sliep weer een paar uur en ging achter de bar. Tot het moment dat ik niet meer wist of het avond of ochtend was en in het verkeerde bedrijfsshirt de deur uitging. Ik heb enorm veel lol gehad, maar het was wel roofbouw op mezelf.’

Veelzijdig

Volgens het tweetal is het publiek dat in de winkel komt veelzijdiger. ‘Vroeger zag je mensen met jonge kinderen, met een tent of een caravan en een oud autootje ervoor. Nu komt iedereen, of ze een laag inkomen hebben of directeur zijn. Soms komen ze aanrijden met dikke campers van drie ton. We zien het terug in de winkel. Van kinderen die net kunnen lopen en lekker tussen het speelgoed scharrelen tot oudere dames die een mooi badpak zoeken. Ik vind het leuk, dat diverse. Het is in mijn ogen echt niet zo dat vroeger alleen maar beter is’, zegt Chris. Manon vindt het fijn dat hun klanten de tijd hebben. ‘Ze zijn op vakantie, dus ze hoeven zich niet te haasten.’

Beroemdheden

Er komen regelmatig bekende mensen in de winkel. Zo stond Chris ooit oog in oog met Herman Brood. ‘Ik hoorde een stem achter me die ik herkende. Hij had een hele entourage bij zich en voor de winkel stond een grote Amerikaanse auto met een zilveren kruis op het dak. Herman wilde van alles weten over vliegers. Hij zat helemaal onder de verf. Zijn vrienden pakten truien, zonnebrillen, de berg op de toonbank werd steeds groter. Hij betaalde alles en ze stapten weer in de auto.’ Manon plaagt dat Chris ‘dik in de beroemdheden zit’, want hij had ook een lang gesprek met koningin Maxima, toen die Texel aandeed om met ondernemers te praten over de Corona-problemen. ‘Maar ze heeft helaas geen bikini bij ons gekocht’, lachen ze.

Dobber_2
Image-1
Image-10
IMG_1224
IMG_1440
IMG_1987
IMG_4450
IMG_6093
Scan0005

Drossen zijn bedreven kooplui

‘Lapjessnijders zijn er genoeg in de supermarkt’

 

Er zijn maar weinig Texelse bedrijven die al zo lang bestaan als de slagerij van de familie Dros. Het verhaal begint met Simon Dros. Niet de Simon die nu aan het roer staat van de slagerij, maar Simon Dros uit 1847. Het veertiende kind van Gerbrand Dros en Jantje Dogger.

 

De Drossen waren bedreven kooplui. Ze verkochten allerlei artikelen: naaimachines, klompen en tal van andere winkelwaren. ‘Betovergrootvader Simon Dros woonde in Oosterend en had naast die allesomvattende handel ook een afdeling spek en worst. Vanaf 1885 kwam de nadruk te liggen op het slagersvak. Eigen gerookt spek voor 35 cent en metworst voor 40 cent per pond waren toen normale prijzen’, vertelt Simon, de huidige eigenaar van het familiebedrijf.

In 1907 kreeg Simons’ zoon Jacob ook een vergunning voor de oprichting van een slagerij in Oosterend. Simon: ‘Die dacht natuurlijk: dat kan ik beter. Of ze hadden ruzie.’ Jacob verhuisde de slagerij verschillende keren, uiteindelijk naar Peperstraat 37. Na de oorlog, in 1946, gaf Jacob het stokje door aan zijn zoon Simon Petrus. Samen met Maartje Bremer – de dochter van bakker Gerrit Bremer uit Oosterend – runde hij de slagerij.

Chinees

Jaap Dros, de vader van de jonge Simon, die van 1977 tot 2019 de eigenaar was van het familiebedrijf, denkt regelmatig terug aan de tijd bij zijn eigen vader in de slagerij. Hij vertelt: ‘In 1960 heeft mijn vader de winkel volledig gerestaureerd. Daarnaast begon hij een zaak in De Koog. Iedereen in het huishouden moest meewerken en we kregen vier kostgangers in huis. Werktijden van vier uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds waren meer regel dan uitzondering. En op zondag naar de kerk. Schoenen poetsen, pak aan en hopsakee. Mijn moeder kon de drukte niet meer aan, dus werd de zaak in De Koog drie jaar later weer gesloten. In 1969 kwam ik officieel als slagersknecht bij de slagerij werken. Rond die tijd werd ook het assortiment uitgebreid met kant-en-klaarmaaltijden. Een vroegere werknemer van ons werkte bij kruidenfirma Verstegen in Rotterdam en bracht dat op ons pad.’ Lachend: ‘Wij waren de eerste Chinees op het eiland, voor die tijd erg modern. Onze nasi-goreng is trouwens nog altijd razend populair.’ Jaaps vrouw Marie-Louise is geboren in Frankrijk, waar haar ouders na de oorlog naartoe emigreerden. ‘Wij ontmoetten elkaar in Israël’, vertelt Jaap. ‘We werkten daar allebei in kibboets Alonim. We zijn samen liftend naar Nederland teruggereisd en in Leiden gaan wonen. Marie-Louise ging studeren voor operatie-assistente. Ik ging al gauw terug naar mijn ouders om te werken en we zagen elkaar in de weekenden. Toen Marie-Louise vertelde dat ze het niet naar haar zin had in Leiden, zijn we samen gaan wonen in de Molenstraat in Den Burg. In ’77 zijn we getrouwd.’ Met hernieuwde energie voor de slagerij en de Franse invloed van Marie-Louise leefde de zaak weer op. ‘We zetten alles op alles, werkten zeven dagen per week, verbouwden de zaak en kregen in die periode onze Simon.’

Niet meer rendabel

In 1987 startten Jaap en Marie-Louise een tweede zaak aan de Parkstraat in Den Burg. Dat was een goede zet, de slagerij was direct succesvol. Door allerlei ontwikkelingen, waaronder de opkomst van de supermarkten en personeelstekorten, besloten Jaap en Marie-Louise de zaak in Oosterend te sluiten. ‘Veel dorpelingen vonden dat we ze in de steek lieten. We zijn nog een half jaartje langer opengebleven, maar het was niet meer rendabel.’ Het betekende het einde van honderdtwintig jaar slagerij Dros in Oosterend.

De winkel in Den Burg hielden ze met veel plezier draaiende. Jaap: ‘De sluiting in Oosterend en de opkomst van de supermarkten was niet gemakkelijk. Maar de worst van Dros was een begrip op Texel, mede daardoor hebben we dat goed overleefd.’ Filosoferend: ‘Ach, onze ouders, grootouders en overgrootouders hebben samen twee pandemieën en twee wereldoorlogen doorstaan. Dus wij konden dit ook wel aan.’ 

Overbodig

En nu zet zoon Simon het bedrijf op zijn beurt weer met veel plezier voort. ‘Ik ben alweer de vijfde generatie. Als slagerszoon is het redelijk vanzelfsprekend dat je het vak in rolt. Het word je tenslotte met de paplepel ingegoten. Al denk ik dat ik de laatste der Mohikanen ben’, grapt Simon. ‘Zelf heb ik vooralsnog geen nakomelingen en het wordt ons slagers tegenwoordig niet makkelijk gemaakt. De eisen voor het slagersbedrijf zijn steeds strenger en nieuwe technieken nemen het over. Er wordt steeds meer geautomatiseerd – denk aan de verwerking van het vlees – waardoor het slagersvak overbodig wordt.’

Het samenwerken tussen vader en zoon ging niet direct vanzelf. ‘We hebben hetzelfde bloed’, vertelt Jaap. ‘Dat kan wel eens botsen. Na een jaartje bij mij in de winkel heb ik hem weggestuurd. Je gaat het vak maar bij een ander leren, ik ben het zat, zei ik.’ Hij kon heus wel wat hoor, maar het was nog geen echte slager. Een grote mond tegen zijn vader was dus niet op zijn plaats. Toen vertrok hij naar Amsterdam.’

Foodies

Daar kocht Simon een huis en werkte hij in diverse slagerijen en slachthuizen. Ook deed hij een sociaal experiment. ‘Ik at een jaar lang iedere dag bij iemand anders. Daardoor heb ik een enorm netwerk opgebouwd. Ik heb veel foodies leren kennen en nieuwe dingen over eten geleerd. Zo heb ik nog meer passie gekregen voor mijn ambacht.’

Een ander hoogtepunt in zijn tijd aan de overkant was de ervaring die hij opdeed bij Fenix Foodfactory in Rotterdam. ‘Ik was herstellende van een burn-out en kreeg de kans om bij Fenix te gaan werken. Ik heb mezelf daar echt helemaal teruggevonden, inclusief mijn visie op het slagersvak. Na een jaar werken in Rotterdam belden mijn ouders of ik er klaar voor was om het familiebedrijf voort te zetten. Natuurlijk wilde ik dat.’ En zo verhuisde Simon terug naar Texel.

Het runnen van een slagerij gaat anno 2020 niet zonder slag of stoot. ‘Mijn beroep is niet meer sexy. Dat maakt het lastig om personeel te krijgen. Weken van tachtig uur zijn gebruikelijk. De consument heeft vaak geen idee wat er allemaal bij komt kijken om een mooi stukje vlees achter de toonbank te krijgen. Ik kom uit een slagersfamilie, dus wil ik ook een échte slager zijn. Lapjessnijders zijn er genoeg in de supermarkt.’ Nee, geef Simon maar een hele koe. Hij maakt er altijd iets moois en lekkers van. ‘En niet onbelangrijk: we gebruiken het hele dier, van kop tot staart.’

Burgwal (169) 1890
Familiebedrijf_Fam-Dros_01_Stefan-Krofft-2020
Jaap en collega Fokko
Jaap in Oosterend 1980
Overgrootopa Jacob Dros
Simon Petrus en Maartje Bremer, getrouwd in 1946 zij namen na de oorlog de zaak over
SimonPetrus opde markt
Vader van Jaap(Simon Petrus) met zijn zussen
zaak in Oostrend 1980

Familiebedrijf De Wit draait op Juttertje

‘Achter de geraniums is niets voor mij’

Cor de Wit (1929) loopt mopperend door de smetteloze loods. Hij is geschenkverpakkingen voor een fles Juttertje met twee sierlijke glaasjes in elkaar aan het zetten, maar het gaat niet zo vlot als hij wil. Nog alle dagen is hij er te vinden. Stilzitten is niets voor hem.

 

In het kantoor zit kleinzoon Joost Broekman achter de computer. Cors brein is nog vlijmscherp en hij liep altijd voorop op het gebied van automatisering, maar zijn ogen laten hem in de steek. Vandaar dat Joost tegenwoordig de administratie doet. De drankenhandel is een echt familiebedrijf. Jan de Wit, eigenaar van de slijterij in Den Burg, zoon Leon, die in Kolhorn woont, en dochter Marion hebben gedrieën de aandelen van de Dranken B.V. in handen. ‘Maar vader is directeur’, zegt Marion. ‘En als er flessen moeten worden afgevuld of etiketten geplakt, staan we hier met de hele familie.’

Verlengde taxi


Aan de muur hangt een oud stuurwiel van een schip. ‘Mijn vader was zeven jaar beurtschipper tussen Texel en Amsterdam’, vertelt Cor. Hij verkocht zijn aandeel en nam de bierbottelarij in de Weverstraat over, op de plek waar nu nog altijd de slijterij is gevestigd. Het was crisistijd in de jaren dertig, maar de dijkwerkers voor de dijkverhoging lustten wel een biertje, dus de zaken liepen goed.

Varen zat in het bloed en Cor wou dat ook. ‘Maar ik had een bril. In die tijd kreeg je daarmee geen baan in de zeevaart.’ Rondhangen was er niet bij. Cor kon goed leren, maakte het lyceum af. Daarna ging hij aan de slag met het rondbrengen van bier en Hero-frisdranken op het eiland. ‘Mijn vader had een verlengde taxi gekocht. Later kregen we zo’n VW-bestelbusje. Het was zwaar werk. Houten kratten, houten vaten en die moesten vaak een kelder in met een steile trap. Gelukkig ben ik een grote vent.’ Hij wijst lachend op zijn tengere postuur.

Het bedrijf floreerde, de Weverstraat werd te klein. De slijterij bleef daar, de groothandel verhuisde naar de Theodorahoeve aan de Kogerstraat. In de jaren zestig kwam het toerisme op. ‘Tot die tijd werd, buiten een paar weken hoogseizoen, op zaterdag wat gedronken in de kroegen, maar verder had je niks te doen. Ik ging eens in september met een collega uit Middelburg een rondje. We wilden in De Koog een bakkie doen, maar alles was dicht. Kun je je nu niet meer voorstellen, hè?’

De drukte nam toe, Cor werkte zelf keihard mee maar nam tussen het werken door niet genoeg tijd om water te drinken. Hij kreeg ernstige nierproblemen, toch kostte het veel overtuigingskracht voor hij rust nam. Hij beschrijft op komische wijze de kuur met pijnlijke injecties die hij kreeg. ‘Het was vast goed spul, want ik ben daarna nooit meer ziek geweest. Mijn vader zat ondertussen mooi onthand. Hij kwam bezorgen bij Kees Bonne van De Toekomst in De Koog. Die vroeg zijn kelner Jaap Eelman of diens zoon Arie niet wou bijspringen. Hij kwam de volgende dag en is nooit meer weggegaan, heeft zijn hele leven bij ons gewerkt.’

Mooie verhalen


Cor liet een loods bouwen op het Wezenland. En nog één en nog één. De levensmiddelen kwamen erbij. Het was buffelen. De mooie verhalen over die tijd vliegen over tafel, er werd veel gelachen. Bijvoorbeeld over de bekende Texelse dichter Theun de Winter die er werkte in de vakantie en voor het bevoorraden van de boot in slaap viel, waarna het Teso-personeel hem rustig had laten liggen.

Verhuizen naar het industrieterrein van Oudeschild was de droom. Maar het pakte niet goed uit. Het economische tij zat tegen. Gelukkig waren de zaken dusdanig geregeld dat de slijterij erbuiten viel en kon voortbestaan.

Iedereen kent de kruik


Het woord ‘Juttertje’ is nog niet gevallen. Toch speelt het drankje een belangrijke rol in de familiegeschiedenis. Iedereen kent de kruik van aardewerk met het etiket, getekend door Niek Welboren. ‘Wat het succes is? Het is een drankje dat zowel vrouwen als mannen lekker vinden. Ik kocht een collega-bedrijf op, dat de inventaris van de Eerste Texelse Advocaatfabriek in huis had. In een lessenaar vond ik een boekje met recepten. Bij het doorbladeren ervan viel mij een recept op waarmee ik samen met een distillateur aan de slag ben gegaan. Met het Juttertje als resultaat.

Door zijn connecties in de landelijke slijterijwereld kwam het Juttertje in heel Nederland en zelfs daarbuiten te koop. De standaard 0,7-literkruiken worden bij een gerenommeerde distilleerderij in den lande gebotteld. Alle andere formaten doet de familie zelf in de eigen loods, waar ze ook ‘Kees Boontje’ maken. Dit drankje is ooit bedacht door ene Rotgans uit Den Hoorn. ‘Die kwam uit een drogisterijfamilie en zat van alles door elkaar te mixen. Ik heb het recept overgenomen van Truus Parlevliet. Er zijn nog altijd liefhebbers voor, al gaat het op veel kleinere schaal dan het Juttertje.’

Er zijn in de loop der jaren op Texel diverse likeuren en kruidenbitters gekomen en gegaan. Kees Boontje heeft het allemaal doorstaan en qua populariteit kan geen andere drank aan het Juttertje tippen. ‘Ik was ooit met mijn vrouw op een riviercruise in Duitsland. Kom ik de eetzaal in, hangt er een bordje met een mooie afbeelding van een fles Juttertje. Ze hadden helaas niet genoeg om de hele boot een rondje te geven.’

Marion en Leon gaan af en toe met de oude T-Ford en het Juttertje-vat achterop naar slijtersbeurzen, waar zij met veel plezier het drankje presenteren. ‘Vader heeft zelf zes jaar aan die auto gesleuteld, samen met Leon’, vertelt Marion. ‘Alles draait goed zoals het nu gaat, maar vader is nooit van de stilstand.’ Hij is zelf van plan om lekker door te werken. Cor: ‘Achter de geraniums is niets voor mij.’

More Articles ...

  1. Cees en Barry Betsema hebben een bijzondere band
  2. Familie Van der Vis investeert elke euro in bedrijf
  3. Roerige familiegeschiedenis Ab de Wijn
Page 6 of 7
  • Start
  • Prev
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • Next
  • End

Zilte-Zaken

TexelNU informatie

  • Algemene voorwaarden
  • Privacy
  • Retourneren
  • TexelNU sitemap
  • Algemene voorwaarden webshop
  • Bezorgen
  • Advertentietarieven TexelNU krant
  • Advertentietarieven KustNU krant
  • Advertentietarieven De Koog Info
 

copyright: Zilte Zaken / Privacyverklaring / Algemene voorwaarden

  • Volg ons op Facebook
  • We zitten op Instagram
  • Bekijk onze YouTube vlogs