TPL_SIDEBAR_MENU_TITLE

  • Home
  • TexelNU
    • Texel uitgelicht
    • Met de boot naar Texel
    • Hardlooproutes
  • De krant online
    • Bladerboeken
  • Webwinkel
  • Contact
  • Search
TexelNU | uitgever van boeken, tijdschriften en producten over Texel TexelNU | uitgever van boeken, tijdschriften en producten over Texel TexelNU | uitgever van boeken, tijdschriften en producten over Texel
  • Home
  • TexelNU
    • Texel uitgelicht
    • Met de boot naar Texel
    • Hardlooproutes
  • De krant online
  • Webwinkel
  • Contact
  • Search

Texelse families

RAB na bijna honderd jaar nog steeds toonaangevend familiebedrijf

Jan Jacob Rab: ‘Handel zit ons in het bloed’

‘Ik ben geen directeur, maar een handelaar. De handel zit bij onze familie in het bloed. Dat was vele generaties terug al zo. Mijn voorvaderen waren beurtschippers die handeldreven met het vasteland. Met een tjalk doorkruisten ze het hele land. Dat doen we nog steeds. Alleen gaat het vervoer nu over land’, aldus Jan Jacob Rab (1959), die aan het roer staat van het Texelse familiebedrijf.

 

De familiegeschiedenis gaat terug tot circa 1550, toen Cornelis Rab op Vlieland werd geboren. Een geslacht van vooral beurtschippers, waarvan vermoedelijk Jacob Corneliszoon Rab (1734-1833) de eerste was die zich op Texel vestigde. De officiële geschiedenis van het bedrijf start vier generaties later, wanneer de 22-jarige Jacob Cornelis Rab de zaak in 1921 overneemt van zijn vader. Hij betaalt er vijfduizend gulden voor en bouwt het kleine koopmanshuis uit tot een handel van naam in brandstoffen en bouwmaterialen. En hoewel inmiddels uitgegroeid tot een onderneming met 380 ‘Rabbianen’, werkzaam in vijftien vestigingen verspreid over Nederland, zijn bouwmaterialen nog steeds de core business van de RAB Groep. Al vanaf de start is het bedrijf gevestigd in Oudeschild. Het Texelse hoofdkantoor ondersteunt de overkantse vestigingen, opererend onder de vlaggen van Tegelhandel Jan Groen, bouwmarkten Gamma en Karwei en de RAB Bouwcenters.

Jan de Bok

Jan Jacobs opa, oprichter Jacob Cornelis (kortweg JC), is een harde werker en een echte koopman met oog voor details. Hij vervult verschillende maatschappelijke functies en is onder meer voorzitter van de Texelse VVV – in de jaren vijftig, de periode dat het massatoerisme opkomt – en commissaris van TESO.  Zijn soms nukkige, eigenwijze opstelling levert hem de bijnaam Jan de Bok op. In delen kocht hij ruim tien hectare grond onder de dijk bij Oudeschild, waar de bedrijfsgebouwen gestaag worden uitgebreid. Ook speculeert hij met onroerend goed en percelen grond. Niet alleen zijn scherpe handelsgeest, ook de tijd heeft Jacob Cornelis mee. Met name de ruilverkaveling halverwege de jaren vijftig levert een grote vraag op naar bouwmaterialen en beton. Sloten worden verplaatst, nieuwe boerderijen gebouwd, duikers en draineerbuizen en riolering aangelegd. Ook de naoorlogse wederopbouw zorgt voor flinke bouwlust.

Lot bepaalt toekomst Ben

JC ziet zijn oudste zoon Jan als de gedoodverfde opvolger. Echter, als die bij een verkeersongeval overlijdt, moet zijn twaalf jaar jongere broer Ben het bedrijf gaan leiden. Aanvankelijk tegen zijn eigen zin en die van zijn vader. Ben had liever naar zee gewild en zijn vader had weinig vertrouwen in de capaciteiten van zijn jongste zoon. Ten onrechte, zou later blijken. Ben wordt door zijn vader flink op de proef gesteld en krijgt de meest vervelende klussen in zijn schoenen geschoven. Hij zet door en krijgt langzamerhand meer invloed, met als eerste belangrijke wapenfeit de realisatie van de betonmortelcentrale. Officieel wordt Ben op 30 april 1966 directeur, maar zijn vader blijft zich tot zijn dood, op 29 juli 1968, met het beleid bemoeien. In 1977 heeft Ben genoeg gespaard om ook de aandelen van zijn moeder en zusters over te nemen. Het kantoor verhuist hij van Den Burg naar Oudeschild, dicht bij alle bedrijfsterreinen. De betoncentrale blijkt een gouden greep. Er wordt van alles geleverd, van putten en stenen tot rioleringsbuizen en grafzerken. Ook de betontegels, vervaardigd in de eigen betonfabriek, zijn populair en krijgen op Texel al snel de naam Rabgras. Ben brengt Rab ook naar de overkant. In 1986 wordt in Alkmaar een vestiging overgenomen. Binnen vijf jaar worden Gamma-bouwmarkten geopend in Oudeschild, Harlingen en Schagen. Inmiddels is het aantal Bouwcenters, gericht op de bouwprofessionals, uitgegroeid tot acht vestigingen en wordt met de Gamma’s en Karwei-winkels de particuliere markt bediend.

Familiebedrijf

In 1991 draagt Ben de leiding over aan zijn zoon Jan Jacob. Die wil niets liever dan aan de slag in het familiebedrijf. ‘Als jochie liep ik er altijd al rond en zat ik op een kussentje op de heftruck. Ik heb ook zo’n beetje alle functies in het bedrijf wel doorlopen.’ Volgens Jan Jacob zijn familiebedrijven essentieel voor de economie. ‘Ik ben ervan overtuigd dat het MKB, dat voor een groot deel bestaat uit familiebedrijven, de BV Nederland aan het werk houdt. Wij doen dat met een mooie club mensen. Je kunt wel kapitaal hebben, maar zonder goed personeel heb je niks. We gaan voor continuïteit en pakken kansen waar die zich voor doen. Zolang we geld verdienen, blijven we investeren. Wij doen het met elkaar voor onze klanten.’

Vanaf 1994 wordt de bedrijfsnaam in hoofdletters geschreven en vanaf 2000 gaat RAB verder als RAB Groep, passend bij de ambitie om ook landelijk in de bouwwereld een rol van betekenis te spelen. Van de sectie brandstof/energie wordt in 2013 afscheid genomen. Toch speelt energie op een andere manier nog steeds een belangrijke rol binnen de organisatie. Jan Jacob: ‘Duurzaamheid staat bij ons hoog in het vaandel. We hebben flink geïnvesteerd in ledverlichting en zonnepanelen, zodat we de bouwmarkten nul-op-de-meter kunnen maken. We gaan nu bijvoorbeeld nieuwbouw neerzetten in Utrecht. Daar komt een bouwcenterdoos van vijfenzestighonderd vierkante meter. Bij de bouw maken we duurzame keuzes: zonnepanelen, gasloos, warmte-koudeopslag. Zo kunnen ook volgende generaties plezier hebben van onze investering.’

Opvolging

Meestal ging het RAB voor de wind, maar het bedrijf kende ook tegenslagen, zoals een grote crisis in de jaren tachtig en de financiële crisis van 2008. ‘Vooral die laatste was heel zwaar. We hadden te maken met omzetdalingen van dertig tot veertig procent. Maar we hebben het overleefd en staan er goed voor. Financieel zijn we gezond. Nu zitten we midden in de coronacrisis, maar ook daar zullen we goed doorheen komen.’ Jan Jacob is regelmatig op bezoek bij een van de RAB-vestigingen in het land. ‘Daarvoor heb ik mijn handen vrij. Naast me heb ik Sandra van der Ploeg als algemeen-directeur voor de dagelijkse leiding en dat werkt zeer plezierig. Ik ben een mensenmens en ga graag langs bij de vestigingen in het land. Die zijn behoorlijk autonoom. Ze beslissen veel zelf, met ondersteuning van ons vanaf Texel.’

Aan stoppen denkt hij voorlopig nog niet. ‘Daarvoor vind ik het nog veel te leuk.’ Lachend: ‘Ik ben meer van het geleidelijk afbouwen. Misschien wat vaker een langere periode op vakantie.’ Of een van zijn kinderen ooit in het bedrijf komt, weet Jan Jacob niet. Onze dochter Nathalie (1987) is een paar jaar geleden wel van de ene op de andere dag overgestapt van het Okura Hotel naar een van onze vestigingen in Utrecht. Daar verkoopt ze tegels. Onze zoon Stefan (1989) is piloot. Dat wilde hij als kind al worden. Ik push ze niet. Maar ach, we zien wel wat de toekomst gaat brengen.’

benzineaanbieding
Boekhoudmachine
BP Rab recent
BP Rab
Haven Oudeschild
JC Rab 2
JC RAB Schilderend
JC Rab
JJB en BP Rab
JJB Rab
Kolen scheppen
Olie vat
oude-pand
Oudeschild vroeger
Vrijdagmiddagborrel

Landbouw zit de Lappen in het bloed

‘Doen wat je het liefste doet’

Al veertien generaties lang boert de familie Lap rond Den Hoorn. En daar zijn ze best trots op. Piet, Carolien, Jelle en Wouter hebben met Bute Weste – de boerderij langs de Westerweg, net buiten buurtschap De Westen – een prachtig landbouwbedrijf. Mooie producten leveren en zichzelf blijven verbeteren, dat vindt de familie belangrijk.


Piet, de jongste zoon van Klaas Lap en Antje Koopman, vertelt enthousiast over vroeger. ‘Je had een heleboel boeren rond Den Hoorn met een klein stukje land. Met die oppervlaktes kun je nu als boer niet meer overleven. Hoe meer land je hebt, hoe efficiënter je kunt werken. Die landjes hadden allemaal leuke namen. Bléékwèèl en Robbekoog, zo heetten een paar stukjes land van ons bijvoorbeeld. De naam was meestal afgeleid van de vorm of plek waar het landje lag. Iedereen leerde topografie op school, maar wij leerden thuis ook veldnamen van Texel.’

GPS-gestuurde kilver

Door de ontwikkelingen in de loop der jaren zijn veel kleine boeren gestopt. Een landbouwbedrijf als dat van de familie Lap telt tegenwoordig al snel zo’n honderd hectare. ‘Het werk is natuurlijk minder arbeidsintensief geworden, dus dat maakt het ook mogelijk om meer te verbouwen. Machines nemen het over van de handarbeid.’ Piets’ oudste zoon Jelle vertelt over een nieuwe GPS-gestuurde kilver, een machine waarmee je kuilen in het land gemakkelijk kunt bewerken, zodat er geen plassen ontstaan. ‘Elke winter stonden we met een schep greppels te maken, zodat het water kon wegstromen. Dankzij deze investering loopt het water nu vanzelf van het land en is spitten nauwelijks meer nodig. Dan denk je bij jezelf: hoe hebben we dat ooit anders gedaan?’ Jongste zoon Wouter: ‘Je werkt met de natuur. De weeromstandigheden veranderen. Veel meer extreme regen of juist droogte. Je moet je land goed kennen om een zo goed mogelijk product te leveren. Nieuwe technieken kunnen daarbij helpen.’

Het was voor Piet als benjamin van de familie niet vanzelfsprekend dat hij boer werd. ‘Ik zou eigenlijk in de mechanisatie. Maar het boeren trok me. Het zit bij de Lappen in het bloed, denk ik. Mijn broer Arie ging verder in de bollen. Ik ging met mijn broers Jacob en Jan in de akkerbouw. Denk aan pootaardappelen, graan, suikerbieten, graszaad en spinaziezaad. Voor een baas werken, dat paste niet bij ons.’

 

Pak melk

Vandaag de dag boeren alle zonen van Klaas Lap en Antje Koopman nog altijd rondom Den Hoorn, maar niet meer samen. Eerst ging Jacob voor zichzelf. ‘Daarna bouwden Jan en ik samen Bute Weste, dat was in 1992.’ Met een grote glimlach: ‘Maar samenwerken is net als een pak melk, het heeft een houdbaarheidsdatum. Jan ging in 2012 voor zichzelf verder en in 2013 kwam Jelle bij Carolien en mij in het bedrijf. Vijf jaar later kwam Wouter erbij.’

 

Dat Piets’ zonen in het bedrijf zijn gestapt, maakt hem natuurlijk trots. ‘De kennis die je hebt, geef je door. Dat vind ik mooi. En dat dus al zoveel generaties lang. Je plant niks, en toch gebeurt het. Ik heb ze er echt niet om gevraagd,’ vertelt Piet. ‘Het is zo gelopen. Het bedrijf trok ze aan. De techniek verbetert, maar de feeling voor het beroep blijft hetzelfde.’

 

Gigli, fusilli, tagliatelle en penne

Kennis hebben Jelle en Wouter niet alleen bij hun vader op de boerderij opgedaan. Beiden studeerden aan de Hogere Landbouwschool en deden ervaring op in het buitenland. Wouter liep stage in Oeganda en Denemarken en ging op studiereis naar China. Jelle volgde een stage in Duitsland, bij een bedrijf dat chips-aardappelen teelt en verwerkt. ‘Het is een prachtig beroep. Iedere dag, ieder jaar is weer anders,’ vertelt Wouter. Naast aardappelen produceren de broers ook een Echt Texels Product: ze zijn de bedenkers van Texelse Pasta. ‘Van ons eigen graan zijn we gigli, fusilli, tagliatelle en penne gaan maken. Eerst zelf, maar wegens de drukte doet onze moeder inmiddels het meeste werk,’ geeft Wouter eerlijk toe. ‘Het is heerlijk, je proeft duidelijk verschil met pasta uit de supermarkt.’

 

Jef

In de beginfase van het productieproces gingen Wouter en Jelle langs bij sterrenrestaurant Bij Jef. Wouter: ‘Een beetje veel zout, zei Jef. Na een paar keer proeven had het product voor hem ook de goede smaak. Ach, hij heeft er verstand van. Waar kun je nou zo een sterrenzaak binnenlopen en om advies vragen? Dat is het mooie van Texel. Van ons meel bakt hij zelf broodjes in zijn restaurant. Uiteraard met een Texels verhaal erbij. Zo help je elkaar in het dorp.’

De pasta is een prachtig streekproduct, verkrijgbaar bij verschillende horecagelegenheden en bij supermarkten op Texel. Jelle: ‘Het is leuk voor de afwisseling en het brengt nog wat op ook. Er is geen tussenhandel, dus weet je waar je product terechtkomt. Dat vinden we mooi. Graan is een bulkproduct, normaal gesproken gaat het in de vrachtwagen en hoor je er nooit meer wat van.’

Piet bekijkt oude foto’s en een tekening van het kerkje van Den Hoorn. ‘Die heeft mijn vader getekend rond 1930. Hij boerde toen al rond Den Hoorn en wij doen dat nog steeds.’ Piet constateert dat het leuk is om terug te blikken. ‘Wij denken vaak alleen maar vooruit.’ Hij vertelt over het moment dat hij een sneeuwuil in het land zag zitten. ‘Dat zijn de momenten dat je erbij stilstaat dat boer zijn een prachtig beroep is. Het is niet je werk, het is je leven. Je doet wat je het liefst doet en kan daarvan bestaan.'

1601362854844-4b161268-9612-4584-a1c1-cd0f4206d603
1601362884791-25a735eb-fc09-4f64-8487-0a827b3efa9e
1601362961276-7ac633b1-4d3a-439f-9cf6-47b5d6bb1b03
1601362993442-d2cea7f2-0119-418c-950d-f57e85b7816e
1601363033434-c59a9653-b309-4323-8c7a-c62dff2e55b5
Klaas
Lap_1
Lap_2
Tekening opa Klaas Lap in 1930_1
Vader Lap ( foto van Piet Lap 2013) op de Zelfbinder(arno_bakker)
ZZ#11_Texelse_Pasta_07©StefanKrofft2017

Smaakvolle oase in Zelfpluktuin familie Boersen

‘Aardbeien zijn niet om te bewaren, maar om op te eten’

 ‘Als we wilden weten of de aardbeien zoet genoeg waren, gaven we er eentje aan Judith. Vond zij ’m lekker, dan wisten we genoeg.’ In de Zelfpluktuin van de familie Boersen aan de Middellandseweg ruikt het heerlijk naar planten en vers fruit. Het is een circulair bedrijf, wat overblijft wordt verwerkt tot jam en sauzen. ‘Wij gooien niets weg.’

 

De droom om voor zichzelf te beginnen leefde altijd al bij Trudy en Willem Boersen. Beiden kwamen van een boerderij, maar bedrijfsovername zat er niet in. Willem ging aan de slag bij een loonbedrijf en huurde af en toe een stuk land om aardappels te zetten. ‘Het voelde nooit echt van ons’, herinnert Trudy zich. Ze gingen in de winter in de witlof. ‘Dat hebben we jaren gedaan. Willem zat in studiegroepen met andere Noord-Hollanders, die in de zomer aardbeien teelden. Dat hadden we op Texel niet, dus dat leek ons ook wel wat. We huurden een schuur en een halve hectare land aan de Zeshonderd, een doodlopende weg van ongeveer een kilometer. We hadden slechts een klein bordje neergezet bij de Schilderweg: Aardbeien. Het liep meteen als een trein.’

Willie Wortel

De aardbeien werden een ware rage op Texel. Er was niet tegenaan te plukken. Er stond zelfs een wachtrij bij het kraampje. Trudy weet nog precies wie het was die zei Geef mij maar een doosje, dan pluk ik ze zelf wel. ‘Ze vond het nog leuk ook. Er kwamen steeds meer mensen die zelf wilden plukken. We kregen ook verhalen van mensen die vroeger bij hun grootouders zwarte bessen en kruisbessen uit de tuin haalden en die helaas nergens meer te krijgen waren. Langs de randen van onze akkers had ik wat bloemetjes gezaaid, mensen vroegen of ze die tegen betaling mochten plukken. Tja, naar je klanten moet je luisteren, dus zo zijn we zelfpluktuin geworden.’

 

Willem was erg van vooruitgang en innovatie. ‘Een echte Willie Wortel’, lachen zijn kinderen Jacco en Judith. Het idee om aardbeien op stellages van de grond af te telen, werd door hem uitgewerkt. ‘Dat is om meerdere redenen beter. Van slakken en andere beestjes die over de grond kruipen heb je dan geen last meer, er groeit geen onkruid en het is voor jezelf ook prettiger dat je niet steeds hoeft te bukken’, legt Trudy uit.

Gelukkig buitenleven

Zo ontstond de Zelfpluktuin dus min of meer vanzelf. Maar als je meerjarige struiken en bomen wilt planten, doe je dat niet op land waar je misschien ooit weer af moet. ‘We hebben een advertentie gezet dat we een paar hectare zochten. Eén reactie ging over dit stuk aan de Middellandseweg. Nog vlakbij de plek waar we al zaten ook.’

 

In 1994 maakten ze de overstap. Anderhalve hectare werd vol gezet met bramen, frambozen, rode bessen, kruisbessen en heel veel bloemen. En aardbeien natuurlijk. Jacco en Judith waren nog klein, maar gingen alle dagen mee naar de tuin. ‘We hadden een eigen handeltje in courgettes, pompoenen en sierkalebassen’, herinnert Jacco zich. ‘Moesten we zelf oogsten en de prijs bedenken.’ Hun vader en moeder waren bijna dag en nacht aan het werk. Maar de kinderen genoten van het buitenleven. ‘We hadden nog geen schuur, alleen een keet. Het huis en de kas zijn pas van veel later. Er moest eerst geld worden verdiend’, zegt Trudy. Iedere keer als er wat werd gespaard, werd er iets aan het bedrijf verbeterd. Met het telen van witlof in de winter werd na een paar jaar gestopt. Dat werd te druk. ‘Ook in een tuin waar je in de zomer oogst, heb je in de winter veel werk’, verklaart Trudy.

Zwarte periode

Het ongeluk in 2014, waarbij Willem met zijn maaimachine in een sloot belandde en overleed, sloeg in als een bom. Het seizoen was net begonnen, dus veel tijd om bij de pakken neer te zitten was er niet. De aardbeien groeiden door en de toeristen stonden voor de deur. ‘Gewoon gaan’, zegt Trudy over deze periode. ‘Achteraf denk ik dat het goed is geweest. Dat was het enige wat normaal bleef. Voor de rest staat je wereld op zijn kop. Het heeft mij geholpen dat ik er veel over kon praten met vaste klanten.’ Jacco was net klaar aan de universiteit in Delft en nam de teelt op zich. ‘Dat deed mijn vader altijd, maar hij heeft nooit opgeschreven hoe. Ik heb geprobeerd het zo snel mogelijk te leren, met hulp van onze leveranciers, vrienden en familie.’

Vermaard om smaak

Judith, Jacco en Trudy zijn een hechte drie-eenheid, die het bedrijf tot grote bloei heeft gebracht. Ze maken lange dagen en leggen er hun ziel en zaligheid in. Maar met veel plezier. ‘Het leuke is de afwisseling. De drukte in de zomer, met alle mensen die naar ons toe komen, en de winterperiode, waarin we alles wat we hebben bedacht proberen te realiseren. Nieuwe aanplant, nieuwe stellingen, nieuwe inrichting. Ik denk wel dat we dat innovatieve van onze vader hebben. Alles wat hier staat, hebben we zelf bedacht én gemaakt’, zegt Jacco. Als voorbeeld vertelt hij over de aardbeienstellages. Je kunt de constructies kant-en-klaar kopen, maar die zijn niet bestand tegen de Texelse wind. Wij hebben zelf iets gemaakt. Er is nu zelfs een ander bedrijf vlakbij Schiphol dat ons ontwerp gebruikt.’ Judith wijst op het kabouterpad voor kinderen. ‘Ze krijgen een kaboutermuts en kunnen dan op ontdekking door de tuin.’

 

Behalve fruit en bloemen zijn er ook snackgroenten, zoals minitomaatjes en -komkommers. Overal staan bordjes met uitleg en er is een plukroute langs het rijpe fruit. De aardbeien zijn vermaard om hun smaak, die niet is te vergelijken met wat er in de supermarkt wordt aangeboden. Het drietal lacht en geeft het geheim prijs. ‘Het begint met de keuze van de rassen. Een hardere soort is beter houdbaar en makkelijker voor transport. Voor ons is smaak echter doorslaggevend. Aardbeien zijn niet om te bewaren, maar om op te eten. Hier zijn ze vaak al op, nog voor men met het bakje bij de auto is. En zo moet het ook.’

blauwe bessen planten-S
helpen bij de bloemen-R
overzicht tuin_1
schuur met verkoopkraam
schuur
wegwijzer_1

De gebroeders Eelman vervoeren van alles

Transport op z’n Tessels

Het is zaterdagochtend, half 10. Tijd voor koffie in de kantine aan de Veenselangweg bij Den Burg. Het is een van de weinige momenten in de week dat de broers Peter en Ronald Eelman tijd hebben om even bij elkaar te komen voor een interview. Samen traden zij in de voetsporen van hun ouders, Leen en Anneke Eelman. Daarmee zijn ze alweer de vierde generatie vrachtrijders van Transportbedrijf Eelman, een begrip op Texel. 

 

De exacte oprichtingsdatum van het familiebedrijf is niet helemaal duidelijk. ‘Op de akte van de Kamer van Koophandel staat 1929, maar het bedrijf is een stuk ouder’, vertelt Ronald. ‘Wij zijn de vierde generatie. Er zijn zelfs nog foto’s met paard en wagen. De handel werd toentertijd naar Oudeschild gereden en daar overgeladen op veerboot De Dageraad. Vooral schapen en koeien. Maar ook metselzand, dat haalden ze toen nog gewoon uit de duinen. En in zomer en najaar ook wel suikerbieten en bloembollen. Er konden geen vrachtwagens mee op de veerboot. Dat gaat nu wel anders.’

Gunning

Het bedrijf is enorm gegroeid de afgelopen jaren. Het telt inmiddels zes vrachtwagens en vijf bestelbusjes. De broers hebben vijf vaste chauffeurs in dienst. Ronald: ‘Het werd drukker, de hoeveelheid vervoer voor klanten groeide. Daarnaast hebben we twee bedrijven overgenomen: A.P.C. Koopman en Van Gend & Loos, wat nu DHL is. Dat wij mochten overnemen was ook een kwestie van gunning. En het soort vervoer past bij ons. Een medewerker haalt ’s ochtends vroeg de pakketjes op in Alkaar. Om tien uur is hij in onze schuur op Texel. Femke, mijn vrouw, regelt naast de administratie de pakketdiensten. Ze sorteert alles en vervolgens brengen de bezorgers de pakketjes bij de mensen langs.’ De handel is diverser geworden. ‘De meest uiteenlopende spullen kunnen wij vervoeren. Desondanks zijn landbouwbedrijven nog altijd onze grootste opdrachtgever. Ongeveer vijftig procent van wat we vervoeren is bloembollen. Het aantal klanten in de sector nam af van dertig naar twintig procent, maar de hoeveelheid bollen bleef gelijk. Zo zie je maar weer, bedrijven worden steeds groter. Daarnaast vervoeren we ook veel kuilgras, stro, hooi, aardappelen, wortels en uien. En natuurlijk vee. Dat is echt helemaal mijn ding’, vertelt Peter.

Struisvogels

Hij vertelt er enthousiast over: ‘Als je vee rijdt, heb je altijd actie. Koeien zijn eraan gewend dat mensen dichtbij komen, maar stieren meestal niet. Die kunnen erg wild zijn. Ach, je moet zelf gewoon rustig blijven, dan ontstressen die beesten ook. Ik heb ook wel eens struisvogels gereden.’ Lachend: ‘Dan moet je dus niet die luikjes bovenin de trailer opendoen, zoals bij koeien. Want dan hangen al die struisvogels met hun kop naar buiten!’ Tegelijk trekt Peter de conclusie dat tegenwoordig niet alle ervaringen als vee-chauffeur even leuk zijn. De afgelopen jaren ligt de veehandel onder vuur. Niet alleen boeren krijgen kritiek. Op de weg steekt er regelmatig iemand een middelvinger naar hem op. ‘Ik ga die discussie met mensen niet aan. Bij veetransport staan dierenwelzijn en hygiëne voorop, voor zowel de boer als voor mij. We krijgen de dieren nu eenmaal niet op een andere manier bij het slachthuis en mensen willen ze toch eten.’

 

Terwijl Peter zijn dagen voornamelijk vult met het rijden van vee – of eigenlijk nachten, hij begint soms al om twee uur ’s nachts met laden om de eerste boot te halen – is Ronald vooral van het plannen en regelen. Ze vullen elkaar perfect aan. Daarin laten ze elkaar ook vrij. Juist die vrijheid vinden ze zo mooi aan het beroep. ‘En dat je een hoop mensen spreekt. Het gaat hier nog echt op z’n Tessels. Je hoeft geen mailtje te sturen, je kunt elke dag tot vier uur ’s middags gewoon bellen. Daarna maak ik de planning voor de volgende dag. Dat gaat al jaren goed zo. Korte lijntjes, daar houd ik van.’ De broers hebben onderling weinig woorden nodig. ‘We weten wat we aan elkaar hebben, dat was vroeger al zo.’

Trots

Ronald en Peter zagen al jong brood in het voortzetten van het familiebedrijf. ‘Al stuurde onze vader ons eerst naar Amsterdam. We moesten verder kijken dan onze neus lang is. We werkten daar bij een verhuisbedrijf. Was niks aan, een heel ander slag volk. Het gezin bij wie we in de kost waren zag wel dat als ik op maandag aankwam, ik hartstikke chagrijnig was. Naarmate de week voorbijging, werd ik steeds vrolijker’, lacht Peter. Het werken in de stad was voor de broers van korte duur. Peter stapte op zijn negentiende in het bedrijf, Ronald kwam er kort daarna bij. Peter: ‘Pa was daar wel trots op, al zei hij dat nooit tegen ons. We kochten eens een nieuwe vrachtwagen. Moet dat?, vroeg hij. Toen wij later een paar kennissen tegenkwamen, feliciteerden die ons met die nieuwe vrachtwagen. Ik snapte niet hoe ze ervan wisten. Je vader was hier, zeiden ze, hij vertelde er in geuren en kleuren over. Trots, maar niks zeggen. Ja, dat paste bij hem.’

Eelman_1
eelman_122923
peter ronald leen
peter vracht
van foto toestel 851
vrachtwagen eelman

Bij Zoetelief heeft ieder z’n eigen taken en verantwoordelijkheden

‘Als het erop aankomt, dan zijn we familie’


In het familiebedrijf van Gerard en Ria Zoetelief en hun kinderen heeft iedereen z’n eigen taken en verantwoordelijkheden. Een slimme manier van werken, want in veertig jaar tijd groeiden ze alle vier uit tot rasondernemers.

‘Een kwestie van het werk goed verdelen’, legt Gerard uit. Hij vergelijkt ondernemen met topsport. ‘Het is net als met voetballen. Zet je de keeper in de spits en de spits op doel, dan verlies je alles. Maar zet je iedereen op de plek waar hij het beste tot zijn recht komt, dan win je. En zo is het in ons bedrijf ook.’
Dat klinkt ideaal, maar behoeft enige nuancering. Al kort na de start besloten Gerard en Ria er een tweede strandpaviljoen bij te kopen: Vliezicht. Gerard: ‘We konden niet zo goed samenwerken. We hadden wel hetzelfde doel, maar een verschillende visie over de weg ernaartoe.’

Paviljoen 3

Het familiebedrijf van de ‘Zoetelieven’ dateert van 1980, toen Ria – oorspronkelijk afkomstig uit Ulft in de Achterhoek – aan de Badweg in De Koog een strandpaviljoen begon: Paviljoen 3, een knipoog naar de psychiatrische afdeling van het vroegere Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam. Toe aan iets nieuws was Ria in 1979 gestopt als hoofd van de Maris Stella-kleuterschool. Om te ontdekken of de horeca iets voor haar was, draaide ze eerst een zomer proef in het paviljoen van de Koger ondernemer Cor Kuip.
Gerard werkte op dat moment nog bij manege Zoetelief (van zijn vader Cor en broer Jan) aan de Bosrandweg, op de plek die hij later samen met Ria kocht en waar nu de manege, de stoeterij, de stal met Arabieren en het woonhuis staan. Hij groeide op in de badplaats, zijn vader hield op kleine schaal bloembollen, schapen en koeien en met de opkomst van het toerisme in de jaren zestig ook paarden om te verhuren aan toeristen.


Ria en Gerard ontpopten zich als rasondernemers. Paviljoen Vliezicht bij paal 33 was de volgende stap voor hun bedrijf, dat in snel tempo groeide. Een compleet overzicht maken valt nog niet eens mee en welke jaartallen er precies bij welke aankoop horen, blijft soms de vraag. In ieder geval exploiteerden ze ook een tijd De Buteriggel (‘het restaurant én de appartementen’) en een paviljoen bij paal 19,5. Tussendoor had Ria een kledingzaak, Klavertje Vier in Den Burg. ‘Maar niet zo lang. De hele dag binnen zitten is niks voor mij. Ik miste de buitenlucht.’

Het Binnenhof

Met de bouw in 1999 van restaurant Het Binnenhof in de Dorpsstraat trokken Geard en Ria allerwegen de aandacht. Niet alleen omdat het met 350 stoelen het grootste horecabedrijf op Texel was, maar ook omdat Gerard het in eigen beheer deed. Nonchalant: ‘Ik had eerder ook café De Kuip gebouwd. Niet zo moeilijk hoor. Ik ben redelijk handig en verder is het een kwestie van kijken hoe anderen het doen.’
Een paar jaar later bouwde hij een compleet vakantieparkje: Schelpenoord bij De Cocksdorp. Terwijl ze het horecagedeelte langzaam maar zeker afstootten, volgden in de loop der jaren nog meer parkjes: Het Buitenhof, Bleekerscoogh, Landleven en De Witte Hoek. Zoon Gerbrand lacht: ‘Mijn vader houdt van bouwen. Hij zet iets neer en gaat dan weer iets anders doen. Met de exploitatie houdt hij zich niet bezig. Mijn moeder zorgde voor de inrichting, de verhuur, de gasten en de boekhouding.’ Gerard beaamt: ‘Ik vind het leuk om steeds iets nieuws te doen. Ik heb ook eens twee huizen gebouwd, voor allebei mijn dochters een. Wat moeten we daarmee, vroegen ze. Dat zien we later wel, zei ik.’

Villaverhuur Texel

Hun oudste dochter, Kirsten (44), werkte een paar jaar bij Vliezicht, maar begon daarna voor zichzelf, in Callantsoog en Heerhugowaard. Gerbrand (41) en hun andere dochter Jetteke (40) traden wel toe tot het familiebedrijf, dat tegenwoordig Villa Verhuur Texel heet. Gerbrand en zijn vrouw Christine zijn eigenaar van Villapark Bleekerscoogh, Jetteke is dat van Villapark Waddenstaete. Het Buitenhof, De Witte Hoek en Landleven zijn eigendom van hun vader en moeder, maar worden verhuurd door Gerbrand en Christine. De manege en de stoeterij worden gerund door Gerard. Ria werkt achter de schermen op kantoor en doet de financiën en de administratie. Jetteke: ‘Iedereen heeft z’n eigen werk. Zo lopen we elkaar niet in de weg. Maar als het eropaan komt, dan zijn we familie en helpen we elkaar.’


‘Het zat er bij ons alle drie al vroeg in’, vertelt Gerbrand. ‘Ik was een jaar of elf toen ik bij Paviljoen 3 begon met afwassen. Toen ik twaalf was, ging ik op het brommertje onder de duinen door naar Vliezicht.’ Jetteke: ‘Met twee jassen aan, dan leek hij wat groter.’ Ook daar wachtte de afwas. Jetteke: ‘We stonden op een bakkerskratje, anders konden we er niet bij.’


Dwang om in het familiebedrijf te stappen, hebben ze niet gevoeld. Maar het lag wel héél erg voor de hand. Gerbrand werkte zeven jaar in Zwitserland, waar hij Christine leerde kennen, maar keerde in 2007 terug naar Texel. Jetteke: ‘Mijn moeder zei altijd: een eigen bedrijf is leuk. Als je later groot bent en kinderen hebt, dan kun je lekker vanuit huis werken.’

Perfectionist

Inmiddels zijn Gerard en Ria de zeventig gepasseerd. Hoewel ze moeilijk stil kunnen zitten, heeft vooral Ria de behoefte om de komende jaren rustig af te bouwen. ‘Ik houd van afspraken en van duidelijkheid. En ik ben een perfectionist. Met meerdere bedrijven moet je overal tegelijk zijn. Dat is leuk, maar erg druk. Van mij mag het allemaal wel wat kleinschaliger. Bovendien, ik ben geen materialist. Ik geef niet veel om bezit.’


Hun opvolgers doen het op hun eigen manier. Gerbrand: ‘We werken hard en zijn voor onze gasten van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bereikbaar. Maar als ik mijn relatie met Christine goed wil houden, dan moeten we ook af en toe tijd vrij maken voor elkaar. Mijn vader snapt dat niet. Hij belde me een keer toen ik een rondje op de mountainbike maakte. Waarom zit je overdag op de fiets, vroeg hij. Hij vergeet dan dat hij zelf ook altijd heel veel andere dingen heeft gedaan.’ Christine knikt: ‘We houden van ons werk, maar het is niet goed om alleen maar te werken. Er moet evenwicht zijn.’ Gerbrand: ‘We hebben daarom ook besloten niet groter te worden. Dan heb je geen controle meer. Meer en meer is niet altijd beter.’

1983 de drie gerbrands
1996 familiefoto gerard
2000 bouw buitenhof
2000 buitenhof
2002 Bleekerscoogh
Familiebedrijf_fam-Zoetelief_01_Stefan-Krofft-2020

More Articles ...

  1. Van katholieke boekhandel naar breed gesorteerde gezinswinkel
  2. Hotel Tatenhove als gezamenlijk avontuur familie Van der Spek
  3. Hechte familieband bij Van Sambeek Truck Service
  4. Aannemingsbedrijf Tatenhove laat sporen na
Page 2 of 7
  • Start
  • Prev
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • Next
  • End

Zilte-Zaken

TexelNU informatie

  • Algemene voorwaarden
  • Privacy
  • Retourneren
  • TexelNU sitemap
  • Algemene voorwaarden webshop
  • Bezorgen
  • Advertentietarieven TexelNU krant
  • Advertentietarieven KustNU krant
  • Advertentietarieven De Koog Info
 

copyright: Zilte Zaken / Privacyverklaring / Algemene voorwaarden

  • Volg ons op Facebook
  • We zitten op Instagram
  • Bekijk onze YouTube vlogs